Kinder- en jeugdpsychiatrie

Samen, toegankelijk en bereikbaar

Rogier: “Het belangrijkste is dat ik weer naar school ga. Dan heb ik tenminste iets te doen. In de gesprekken met mijn behandelaar en in de groepstherapie leer ik minder heftig te reageren. Daardoor heb ik geen knallende ruzies meer met mijn ouders en mijn zusje. En mijn vrienden snappen nu gelukkig beter waarom ik soms rare dingen doe”.

Voor wie?

Kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar kunnen bij ons terecht als zij last hebben van  psychiatrische problemen die de huisarts, een andere medisch specialist of een psycholoog niet (meer) kan behandelen.

 

 

 

Waar staan wij voor?

Samen werken aan ontwikkeling en herstel, ook als dat ingewikkeld of zelfs onmogelijk lijkt. Dat is waar we voor staan. We vinden het belangrijk dat je veilig kunt opgroeien en dat het weer beter gaat met je. We onderzoeken eerst wat er met je aan de hand is (diagnose stellen). Daarna bepalen we in onderling overleg welke vorm van behandeling het beste past. Jij en je ouder(s) hebben daar zelf een grote stem in. Wij gaan tijdens de behandeling uit van het positieve en de dingen die goed gaan. Wij werken zoveel mogelijk samen met jou, je ouder(s) en eventueel andere gezinsleden. Dat kan door middel van ouderbegeleiding of gezinstherapie. Er kunnen ook al andere behandelaren bij jullie gezin betrokken zijn en je zit misschien op school. We werken met al die partijen samen om er voor te zorgen dat jij je zo goed mogelijk kunt ontwikkelen.

We willen er graag zo snel mogelijk bij zijn. Het liefst zodra psychiatrische problemen worden vermoed. Juist daarom kunnen ook zwangere vrouwen met een psychiatrische aandoening en zeer jonge kinderen en hun ouders terecht bij Poli Het jonge kind.

Goed om te weten:

Je bent aangemeld, en dan?

Na verwijzing onderzoeken we eerst samen met jou en je ouders/opvoeders wat er aan de hand is en waar je mee geholpen wilt en kunt worden. Als het nodig is overleggen we ook met de huisarts en degene die jou naar ons heeft verwezen. Dit kan een medisch specialist zijn, maar ook een buurt- en wijkteams van de gemeente. Het kan nodig zijn om verschillende onderzoeken te doen. Zoals een psychologisch onderzoek, een gezinsonderzoek en/of een onderzoek door onze kinderarts.
Daarna bespreken we wat onze conclusie is en welk behandelaanbod volgens ons het meest passend is. Wij vinden het van belang dat jij en je ouders zich herkennen in onze conclusie en het eens zijn met de behandeling die ingezet wordt bij Altrecht kinder- en jeugdpsychiatrie.
Als we denken dat een andere afdeling van Altrecht of een andere instelling beter kan helpen dan wij, dan bespreken we dat samen en zullen wij je doorverwijzen.

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk: individueel, in groepen en/of met het gezin/opvoeders.

Behandeling

Je kunt bij ons terecht voor behandeling van veel verschillende soorten problemen, zoals:

  • Autisme
  • ADHD met ingewikkelde gedragsproblemen (te snel boos en agressief)
  • Tics
  • Trauma (nare gevolgen van een ernstige gebeurtenis, zoals seksueel misbruik, mishandeling)
  • Angsten of paniekaanvallen (faalangst, straatvrees, sociale angst, fobieën)
  • Depressiviteit, somberheid of neerslachtige buien
  • Teveel energie, prikkelbaarheid en verminderde slaap (hypomanie)
  • Problemen na traumatische ervaringen (mishandeling, seksueel misbruik)
  • Zelfbeschadiging, zoals krassen en snijden (zie video hierboven)
  • Obsessies of dwangmatig gedrag
  • Problemen met het maken van contact en moeite hebben met veranderingen.

Wil je meer weten over de behandelmogelijkheden? Klik dan hier.

 

Poli Het jonge kind

Soms verloopt de ontwikkeling van je kind niet vanzelfsprekend. Er kunnen zorgen bestaan over de relatie met je (nog ongeboren) kind, bijvoorbeeld als gevolg van stressvolle gebeurtenissen of omdat je als ouder bijvoorbeeld last heb van somberheid.

Het kan ook zijn dat je je zorgen maakt, omdat je kind zich anders lijkt te ontwikkelen dan andere kinderen om je heen. Je zoon of dochter huilt bijvoorbeeld heel veel, is moeilijk te troosten, is snel van slag, is vaak lang boos of heel druk, heeft weinig belangstelling voor andere mensen, kan niet goed spelen of houdt te veel vast aan vaste patronen en rituelen. In die gevallen kun je terecht bij Poli Het jonge kind. Ook als je zwanger bent en in behandeling bent bij Altrecht, ben je welkom.

In de folder lees je meer over hoe een behandeling eruit ziet en welke vormen van behandeling er zijn.

Folder Poli Het jonge kind

Observatiebehandelgroep 0 - 6 jaar (o.a. Floorplay)

 

Wachttijden

Wachttijden in de zorg zijn altijd vervelend. Altrecht doet er alles aan om deze wachttijden zo kort mogelijk te houden. Voor meer informatie hoe Altrecht omgaat met wachttijden en de mogelijkheid tot zorgbemiddeling, zie de algemene pagina: Wachttijden.

Hieronder vindt u de gemiddelde wachttijden van de zorgeenheid Kinder- en jeugdpsychiatrie.

Regioteam (6 – 18 jaar) Aanmeldwachttijd Behandelingswachttijd
Zuid Oost 11 7
Stad 15 5
Lekstroom 12 3
West 9 5
Altrecht Jeugd (bovenregionaal) 7 5

Deze informatie is voor het laatst bijgewerkt op 10 november 2018. 

De wachttijden zijn een gemiddelde en kunnen dus anders zijn dan hierboven vermeld.

Toelichting wachttijden

Aanmeldwachttijd – gemiddelde wachttijd in weken, vanaf het moment van aanmelding door de verwijzer tot het 1e intakegesprek.

Behandelwachttijd – gemiddelde wachttijd in weken, vanaf het moment van het 1e intakegesprek tot start behandeling.

Is er sprake van een crisissituatie? Bij acute psychiatrie is er geen sprake van wachttijd! Lees hier wat u kan doen. (Vraag 3 bij de meest gestelde vragen).

 

Ziektebeelden bij deze zorgeenheid

    'tussen de oren', depressie

    Iedereen, ook een kind of een puber, maakt wel eens een periode mee waarin het minder goed gaat en de stemming zakt of de prikkelbaarheid toeneemt. Om te kunnen spreken van een depressie heb je een sombere, prikkelbare stemming en/of je hebt geen zin meer in leuke dingen. En dan niet zomaar een keer, maar gedurende de meeste uren van de dag en de meeste dagen van de week. En dat gevoel is langere tijd aanwezig. Met andere woorden: Je bent ‘ziek van somberheid’.

    Hoe herken je een depressie bij kinderen en pubers?

    Het is bij kinderen en pubers lastig om te zien of er sprake is van een depressie. Dat komt omdat de sombere stemming niet de hele tijd aanwezig hoeft te zijn. Een kind leeft bij afleiding vaak tijdelijk op, om daarna weer snel terug te zakken in somberheid of prikkelbaarheid. Dit maakt dat de omgeving vaak denkt dat het kind zich aanstelt. Ook zijn kinderen en pubers vaak meer prikkelbaar dan somber, wat maakt dat de diagnose gemist kan worden.

    Waar kun je last van hebben bij een depressie:

    • Bijna de hele dag een somber gevoel hebben
    • Niet kunnen genieten van dingen waar je eerst wel blij van werd
    • Heel veel of heel weinig willen eten
    • Je waardeloos voelen
    • Je bent prikkelbaar
    • Je hebt geen of weinig zin in seks
    • Je kunt je slecht concentreren
    • Soms het gevoel hebben niet meer te willen leven
    • Je hebt vaak lichamelijke klachten
    • Niet goed kunnen slapen

    Hoe ontstaat een depressie?

    Een depressie krijg je niet zomaar. Vaak zijn er stressvolle situaties aan te wijzen in verschillende leefgebieden (school, thuis of met vrienden) die je niet kunt verwerken, zoals bijvoorbeeld: er zijn nare of verdrietige dingen gebeurd, het gaat niet goed op school, of je wordt gepest. Ook kan het zijn dat je veel ruzie hebt.

    De kans op een depressie is hoger wanneer het in jouw familie voorkomt, of als je zelf al eerder een depressie hebt gehad.

    Hoe weet je of je een depressie hebt?

    Je merkt zelf dat je erg somber of prikkelbaar bent. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een depressie hebt word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij wat er aan de hand is en hoe je daarbij geholpen kan worden.

    Gaat het over?

    Een depressie gaat in principe weer over. Het kan wel zijn dat het soms in je leven weer terug komt. Je stopt pas met de behandeling wanneer je geleerd hebt hoe je om kunt gaan met stress en een (dreigende) terugval (terugval preventie).

    Brainwiki

    aandachtsstoornis, ADD, ADHD, agressief gedrag, hyperactief

    ADHD is een afkorting voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. In Nederland noemen we het aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Aandachtstekortstoornis wil niet zeggen dat ouders van kinderen met ADHD hun kind te weinig aandacht geven. We spreken van aandachtstekort omdat de kinderen zelf hun aandacht niet lang genoeg bij een taak kunnen houden.

    ADHD komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Ongeveer de helft van de kinderen met ADHD vertoont ook ernstig opstandig gedrag, ongeveer 70% heeft leerproblemen en ook angststoornissen, somberheid, ticstoornissen en contactstoornissen komen vaker samen met ADHD voor. Deze problemen hebben niets te maken met de intelligentie of motivatie van de kinderen.

    ADHD kan al op jonge leeftijd aanwezig zijn. Bij een deel van de kinderen verdwijnen de klachten na de puberteit. Velen blijven echter als volwassene kenmerken van ADHD houden. ADHD kan er op verschillende leeftijden anders uitzien, ook omdat mensen in de loop der jaren leren hoe ze ermee om kunnen gaan.

    Kenmerken van ADHD

    • Aandachtsproblemen: kinderen met ADHD zijn snel afgeleid, vergeetachtig en willen van alles tegelijkertijd doen. Op school kunnen de kinderen zich moeilijk concentreren op hun werk. Aandachtsproblemen vallen vaak op omdat de kinderen slecht luisteren.
    • Hyperactiviteit: kinderen met ADHD zijn, vooral op jonge leeftijd, voortdurend in beweging en onrustig. Stil zitten en rustig blijven kost ze veel moeite. Als de kinderen ouder worden, slaat de hyperactiviteit vaak om in innerlijke onrust.
    • Impulsiviteit en omgang met anderen: kinderen met ADHD hebben moeite met controle over hun eigen gedrag (de ‘remfunctie’) en ze kunnen hun activiteiten niet goed organiseren. Ze weten niet goed hoe ze met andere kinderen moeten omgaan. Door hun impulsieve en drukke gedrag, stoten zij anderen onbedoeld af.
    • Motoriek en onhandigheid: kinderen met ADHD hebben vaak een onhandige motoriek. Dat is bijvoorbeeld te zien bij rennen of huppelen. Ook ‘fijnere’ handelingen, zoals schrijven, gaan vaak moeizaam.

    ADHD vaststellen

    Het is soms moeilijk om al in een heel vroeg stadium de kenmerken van ADHD te ontdekken, omdat deze kenmerken in bepaalde fasen in het leven bij ieder kind voorkomen. Jonge kinderen hebben bijvoorbeeld allemaal moeite om hun aandacht langere tijd bij één onderwerp te houden. Dit is een heel normaal verschijnsel en het heeft normaal gesproken niets met ADHD te maken.

    ADHD kan nog niet worden vastgesteld met een lichamelijk onderzoek of met het maken van een foto van de hersenen. Het wordt vastgesteld aan de hand van het gedrag van het kind. Om gegevens voor de diagnose te verzamelen heeft de hulpverlener gesprekken met het kind en de ouders. Ook wint de hulpverlener informatie in bij de leerkracht en observeert hij of zij het gedrag van het kind.

    Brainwiki

    Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

    Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

     

    angst, angststoornis, depressie, emotieregulatie

    Angst is een normale gezonde emotionele reactie op acuut gevaar. Het zorgt ervoor dat lichaam en geest snel en goed reageren op een bedreigende situatie. Ieder mens is in zijn leven wel eens bang of in paniek. Soms gaat de angst niet weg en je kunt dan letterlijk ziek zijn van angst.
    Je spreekt pas van een angststoornis wanneer het slecht met je gaat omdat je zo bang bent, dat daardoor de normale dingen thuis, op school en onder vrienden niet meer durft te doen.
    Het hoort bij angst dat je eindeloos piekert en bang bent voor dingen waar anderen niet bang voor zijn. Je haalt je dan dingen in je hoofd die niet reëel zij, bijvoorbeeld dat je nergens goed in bent. Tijdens de behandeling leer je om je angst te onderzoeken en je leert er mee om gaan.

    Hoe ontstaat angst?

    Een angststoornis ontstaat als iemand daar gevoelig voor is en te maken krijgt met stressvolle gebeurtenissen in het leven. Er is meestal niet maar één alles verklarende oorzaak voor de problemen. Daarom richt de behandeling zich op het één voor één ontrafelen van die verschillende oorzaken van de angstklachten. Deze pak je stap voor stap aan.

    Hoe weet je of je een angststoornis hebt?

    Het kan zijn dat je zelf merkt dat het slecht met je gaat  en dat je normale dingen thuis, op school of met vrienden niet meer kunt doen. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een angststoornis hebt, word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij waar je problemen vandaan komen en hoe je daarbij geholpen kunt worden.

    Gaat het over?

    Als een angststoornis tijdig herkend en erkend wordt, is deze meestal goed te behandelen. Er zijn verschillende soorten angsten en de één gaat makkelijker over dan de andere. Het blijft vaak een gevoelige plek, waar je echter goed mee kunt leren omgaan.

     

    Brainwiki

    Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

     

     

    nachtmerries, posttraumatische stress, seksueel misbruik, trauma

    Trauma betekent eigenlijk: wond. Het is een emotionele beschadiging die is ontstaan na het meemaken van een schokkende gebeurtenis. Als het verwerken van een gebeurtenis niet goed lukt, blijf je klachten houden in het dagelijks leven in het gezin, op school of met je vrienden. Je probeert bijvoorbeeld bepaalde plekken te ontwijken, je hebt nachtmerries of je wordt snel boos of juist bang en teruggetrokken.

    Er zijn veel gebeurtenissen die tot trauma’s kunnen leiden:

    • Acute, onverwachte schokkende gebeurtenissen, zoals een ernstig auto-ongeluk, brand, of je ouders gaan scheiden.
    • Schokkende gebeurtenissen die veel langer duren, zoals ernstige verwaarlozing, seksueel misbruik, huiselijk geweld of, bij vluchtelingen, oorlogsgeweld. Je voelt je steeds onveilig en je hebt bijvoorbeeld last van nachtmerries.

    Kinderen kunnen op heel verschillende manieren reageren op traumatische gebeurtenissen.

    • Peuters en kleuters worden bijvoorbeeld prikkelbaar en ze krijgen slaapproblemen en lichamelijke ziekteverschijnselen, zoals diarree. Naast angstig en teruggetrokken gedrag en separatieangst kan er ook sprake zijn van terugval in kinderlijk gedrag (bijvoorbeeld weer in bed plassen of op de duim zuigen) en van woede-uitbarstingen.
    • Lagere schoolkinderen kunnen nachtmerries krijgen of de gebeurtenis steeds weer opnieuw beleven. Sommige kinderen trekken zich helemaal terug in een eigen wereld, andere worden juist agressief. Ook kunnen zich problemen voordoen op school door bijvoorbeeld concentratieproblemen.
    • Adolescenten kunnen of erg meegaand en teruggetrokken worden of juist erg agressief en opstandig. Dit kan leiden tot ruzies met ouders en problemen op school.

    Posttraumatische stress

    De reacties op een traumatische gebeurtenis kunnen direct na de gebeurtenis ontstaan. Maar het kan ook gebeuren dat de reactie pas (veel) later komt. Deze vorm van trauma heet posttraumatische stress en komt vaak voor na langdurige stresssituaties als (oorlogs)geweld of seksueel misbruik. Kenmerkend voor posttraumatische stress is de herbeleving van het gebeurde (in nachtmerries, flashbacks of herhalend spel), overdreven waakzaam zijn en het vermijden van situaties die aan de gebeurtenissen doen denken.

    Seksueel misbruik

    Seksueel misbruik is voor een kind of jongere een traumatische ervaring. Zowel voor het kind als voor de betrokken ouder(s). Het is een onderwerp waar het kind en de ouders het liever niet over willen hebben, maar als het is gebeurd dringt het zich steeds weer op.

    Seksueel misbruik kan veel geestelijke en ook lichamelijke gevolgen hebben. Kinderen kunnen last krijgen van onder andere:

    • Angst om alleen te zijn, om naar de wc te gaan, om langs bepaalde plekken te lopen;
    • Onzekerheid over zichzelf, het uiterlijk, de eigen gezondheid;
    • Schaamtegevoel, bijvoorbeeld over het eigen lichaam, over bloot-zijn;
    • Schuldgevoel over wat is gebeurd;
    • Slaapproblemen zoals inslaapproblemen of nachtmerries;
    • Woedebuien op voor ouders onverwachte momenten;
    • Teruggetrokken gedrag, zoals verdrietig zijn, zich afsluiten;
    • Geseksualiseerd gedrag zoals overmatige belangstelling voor seksualiteit, seksueel getinte spelletjes doen;
    • Lichamelijke problemen zoals buikpijn of bedplassen.

    Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

    Brainwiki

     

    dwanghandelingen, herhaling, steeds controleren

    Iedereen kijkt wel eens of de deur goed op slot zit. Maar als je hier iedere dag mee bezig bent en daardoor je normale leven thuis, op school en onder vrienden belemmerd wordt, kun je een dwangstoornis hebben.

    Wat is een dwangstoornis?

    Je kunt het gevoel hebben dat je iets elke keer opnieuw moet doen. Vaak komt dit omdat je bang bent dat er anders iets naars gebeurt. Zo kun je bang zijn dat je ziek wordt of dat er een ongeluk gebeurt. Je bent daar de hele dag mee bezig. Vaak weet je dat het niet echt zal gebeuren, maar je blijft er steeds weer aan denken of hebt het gevoel dat je iets moet doen. Een ander woord voor dwangstoornis is Obsessieve-Compulsieve Stoornis. Afgekort: OCS.

    Voorbeelden

    Je bent bijvoorbeeld bang zijn dat er iets ergs gebeurt wanneer je bepaalde dingen niet doet. Je moet van jezelf vijf keer het licht aan en uit doen, anders denk je dat er iets gebeurt met je ouders. Terwijl je eigenlijk wel weet dat dit niet zo is. Dit heet een dwanggedachte en een dwanghandeling.

    Andere voorbeelden zijn: Handen wassen, de deur steeds open en dicht willen doen, dingen steeds opnieuw tellen en dingen aan moeten raken.

    Hoe ontstaat een dwangstoornis?

    Het is niet helemaal duidelijk hoe een dwangstoornis ontstaat. Vaak, maar zeker niet altijd, spelen erfelijke factoren een rol. (Erfelijkheid betekent dat als één van je ouders en broers of zussen het hebben er een grotere kans is dat jij het ook krijgt.)

    Hoe weet je of je een dwangstoornis hebt?

    Het kan zijn dat je zelf merkt dat het slecht met je gaat en dat je normale dingen thuis, op school of met vrienden niet meer kunt doen. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een dwangstoornis hebt, word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij waar je problemen vandaan komen en hoe je daarbij geholpen kunt worden.

    Gaat het over?

    Het blijkt dat na één tot vijftien jaar 60% van de kinderen/jongeren met een dwangstoornis in meerdere of mindere mate baat heeft gehad van de behandeling. Met andere woorden:  een aantal kinderen/jongeren lijdt na behandeling nog steeds in een bepaalde mate aan de dwangstoornis. We streven natuurlijk altijd naar herstel; vaak blijft het wel een gevoelige plek.

    Brainwiki

     

     

    agressief gedrag, antisociaal gedrag, CD, gedragsstoornis, ODD, opstandig gedrag

    Er is sprake van een gedragsstoornis als je gedurende langere tijd gedrag vertoont waar anderen erg veel last van hebben. En als dat gedrag duidelijk een nare invloed heeft op je eigen functioneren.

    Het is normaal dat kinderen zich tegen volwassenen verzetten. Ook liegen, vechten en pesten komen wel eens voor bij kinderen die zich normaal ontwikkelen. Maar als dit gedrag langere tijd duurt en het duidelijk een nare invloed heeft op het functioneren van het kind, kan er sprake zijn van een oppositioneel-opstandige of een antisociale gedragsstoornis. Deze begrippen worden hieronder uitgelegd.

    Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)

    Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)is gedrag waarbij het kind zich verzet tegen de leiding van volwassenen. Hij of zij weigert om te doen wat wordt gevraagd of reageert driftig op correcties en verboden. Ook kan het kind doen alsof het iets niet gehoord heeft, iets is vergeten of iets net anders doen dan werd gevraagd.

    Antisociaal gedrag (CD)

    Antisociaal gedrag (CD) is gedrag van het kind waarbij anderen geweld wordt aangedaan, bijvoorbeeld vechten en stelen, bedreigen, liegen of spijbelen.

    Agressief gedrag

    Gedrag is agressief als met opzet schade wordt toegebracht aan een andere persoon of aan een voorwerp, bijvoorbeeld door slaan, schoppen of vernielen. Of gedrag waarvan andere mensen veel last ondervinden zoals pesten, schreeuwen, uitschelden en bedreigen.

    Gedragsstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben, die elkaar ook onderling kunnen versterken. De oorzaak van een gedragsstoornis kan liggen in de opvoeding van het kind. Als ouders bijvoorbeeld onvoldoende regels stellen of als ze inconsequent en vaak hard straffen of weinig toezicht houden op het doen en laten van hun kind, dan kan dat leiden tot een ODD of CD. Deze opvoedingskenmerken kunnen voor een deel samenhangen met eigenschappen van de ouders, zoals gedeprimeerdheid of prikkelbaarheid, psychiatrische problemen, delinquentie of huwelijksproblemen.

    Andere mogelijke oorzaken van gedragsstoornissen zijn leerproblemen, spraak- en taal problemen, problemen in de motoriek, zwakbegaafdheid, middelenmisbruik of emotionele problemen. Tot slot kan ook erfelijke aanleg een rol spelen.

    Brainwiki

     

    borderline, emotieregulatie, persoonlijkheid, persoonlijkheidsstoornis

    Dat de puberteit een onstuimige periode kan zijn, is bij de meeste ouders en jongeren bekend: je humeur kan alle kanten op gaan, je hebt misschien vaker ruzie met je ouders, omdat je allerlei dingen wilt uitproberen. Ook zijn er allerlei lichamelijke veranderingen.

    De meeste pubers komen deze periode goed door. Maar er zijn ook jongeren die naast de gewone puberdingen, problemen ervaren die er lang zijn, niet vanzelf overgaan en zorgen dat een jongere zich niet goed kan ontwikkelen.

    Stijl of stoornis

    Er is een groot verschil tussen een persoonlijkheidsstijl en een persoonlijkheidsstoornis. De verschillende stijlen die mensen kunnen hebben, maken het leven juist kleurrijk. Soms kan een jongere door een bepaalde stijl niet goed functioneren en zich niet goed ontwikkelen. Dan ontstaan er zorgen of er niet sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en mogelijk zelfs van een persoonlijkheidsstoornis.

    Persoonlijkheidsstoornissen

    Als in de puberteit en adolescentie steeds meer langdurige problemen ontstaan, denken we ook aan een persoonlijkheidsstoornis. Meestal liep het voor de puberteit ook allemaal al niet zo soepel. Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn er problemen, die invloed hebben op het functioneren thuis, op school en met vrienden en hobby’s of werk. Over een persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig anders gedacht dan een aantal jaren geleden. Toen dachten onderzoekers dat zo’n stoornis eigenlijk niet over kon gaan en dat je er pas van kon spreken als iemand ouder dan 18 is. Steeds meer onderzoekers komen erachter dat je de diagnose persoonlijkheidsstoornis ook bij jongeren kunt stellen en dat een persoonlijkheidsstoornis ook weer kan verdwijnen. En misschien nog wel sneller als je een goede behandeling krijgt.

    Borderline

    De persoonlijkheidsstoornis die wij het meeste zien en behandelen, is de borderline persoonlijkheidsstoornis.  Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis denken vaak zwart-wit (iets is helemaal goed of helemaal slecht) en h

    Janna

    "Gelukkig heb ik nu minder ruzie op school en met vrienden

    Lees meer

    ebben vaak veel stemmingswisselingen (zie ook het verhaal van Janna hiernaast). Ze worden teleurgesteld door zichzelf en anderen. Vaak beschadigen zij zichzelf en doen soms zelfmoordpogingen. We noemen dit zelfdestructief gedrag. Je kunt hierbij ook denken aan teveel drinken, drugs gebruiken, seksueel risicovol gedrag of plotseling niet meer eten. Al deze zaken maken jongeren, ouders en soms behandelaren wanhopig.

    Afhankelijke of vermijdende persoonlijkheidsstoornis

    Behalve de borderline persoonlijkheidsstoornis (in ontwikkeling) zien we ook zich nog ontwikkelende persoonlijkheidsstoornissen met vooral afhankelijk of vermijdend gedrag.
    Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is iemand niet in staat om eigen beslissingen te nemen of verantwoordelijkheid te dragen, zonder de goedkeuring van belangrijke anderen. Zelf plannen maken en ook uitvoeren is heel erg moeilijk bij dit soort problematiek. Alleen zijn is erg moeilijk te verdragen. En in een relatie of vriendschap speelt de angst om verlaten te worden voortdurend een rol. Vaak gaat dit samen met vermijdend gedrag. De angst om niet aardig gevonden te worden of zelfs te worden afgewezen is dan zo groot, dat iemand nauwelijks meer contacten aangaat en zich terugtrekt uit het gewone leven.

    Persoonlijkheidsstoornissen A Cluster

    Jongeren met een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis hebben vaak bijzondere ideeën en fantasieën waardoor zij buiten de meeste groepen van leeftijdgenoten kunnen vallen. Zij zijn daarbij vaak ook heel gevoelig voor de reacties van anderen en kunnen zelfs achterdochtig worden. Jongeren met deze persoonlijkheidstrekken zijn meestal ook gevoelig voor stress. Als de stress oploopt, wordt het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid moeilijker.

    Brainwiki

    ASS, autisme, autismespectrumstoornis

     

    autisme_klokhuis_screenshot
    Aflevering van Het Klokhuis over autisme

    Meer video’s over autisme

    De video’s geven een goed beeld van de impact die autisme heeft in het dagelijkse leven van drie verschillende kinderen op de basisschool. Het filmmateriaal is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Autisme, Het Klokhuis en de beeldbank van het Leo Kannerhuis Nederland.

    Wat is autisme?

    Autisme is een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. Alles wat iemand met autisme hoort, ziet, ruikt en voelt, verwerkt hij of zij op een andere manier dan iemand zonder autisme. Er komt veel ’losse’ informatie binnen. En daardoor wordt het moeilijk om er een logisch geheel van te maken. Dat maakt het lastiger om de wereld waarin wij leven te begrijpen. Met autisme word je geboren. Het blijft gedurende je hele leven een rol spelen in relaties, vrije tijd, werk en/of opleiding. Autisme wordt niet veroorzaakt door de opvoeding.

    Mensen met autisme zijn vaak gevoeliger (of juist minder gevoelig) voor bepaalde prikkels, zoals geluid of pijn is heftiger of juist minder heftig aanwezig. Ook kunnen door autisme extra psychische problemen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn dwangmatig gedrag of een depressie. Verder hebben mensen met autisme vaker last van angsten en woedeaanvallen.

    Autisme is een ontwikkelingsstoornis

    Dat betekent dat de ontwikkeling op drie gebieden langzamer of anders verloopt:

    • Sociale omgang en verbeelding, zoals geen of beperkt oogcontact maken, in zichzelf gekeerd zijn of zich moeilijk in kunnen inleven in andere mensen. Het kan daardoor lastig zijn om vrienden te maken.
    • Communicatie en (lichaams)taal, zoals gezichtsuitdrukkingen lastig herkennen en figuurlijke uitspraken letterlijk nemen.
    • Stereotype gedrag en een eenzijdige belangstelling.

    Contact maken

    Iemand met autisme kan zich afzijdig houden van contact of juist veel behoefte hebben aan contact. Tijdens het communiceren met anderen is het voor mensen met autisme vaak moeilijk aan te voelen wat er bedoeld wordt. Ze kunnen zeer breedsprakig zijn of juist heel weinig zeggen. Ook kunnen er problemen zijn met het verbeeldend of het inlevend vermogen. Dit uit zich in een gebrek aan fantasie of juist het zich erin verliezen. Het is voor iemand met autisme lastig om zich te verplaatsen in een ander.

    De invloed van autisme op je leven

    Autisme kan het functioneren van iemand negatief beïnvloeden op alle levensgebieden, zoals in relaties, vrije tijd, werk of opleiding. Maar er zijn ook mensen met autisme die op al deze levensgebieden redelijk tot goed functioneren of alleen problemen ervaren op één of enkele gebieden.

    Er zijn veel vormen van autisme. In de praktijk wordt gesproken over een autistische spectrumstoornis (ASS), zoals het syndroom van Asperger en PDD-NOS.

    Wil je meer weten?

    Kijk dan eens op de volgende websites:

    Leo Kannerhuis Nederland

    Nederlandse Vereniging voor Autisme

    Brainwiki (website voor jongeren)

     

     

Medewerkers

Hedy Schaafsma

Begeleider

Susan Remijn

Behandelmedewerker

Dana Kasteleijn

Behandelmedewerker

Lucet van Loveren

Behandelmedewerker

Karlijn Mulders

Behandelmedewerker

Contact

Locaties
  • Kinder- en jeugdpsychiatrie, Utrecht

Nieuwe Houtenseweg 2
3524 SH Utrecht
030-2809311

Route en 9292 Reisadvies