ziektebeeld

aandachtsstoornis, ADD, ADHD, agressief gedrag, hyperactief

ADHD is een afkorting voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. In Nederland noemen we het aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Aandachtstekortstoornis wil niet zeggen dat ouders van kinderen met ADHD hun kind te weinig aandacht geven. We spreken van aandachtstekort omdat de kinderen zelf hun aandacht niet lang genoeg bij een taak kunnen houden.

ADHD komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Ongeveer de helft van de kinderen met ADHD vertoont ook ernstig opstandig gedrag, ongeveer 70% heeft leerproblemen en ook angststoornissen, somberheid, ticstoornissen en contactstoornissen komen vaker samen met ADHD voor. Deze problemen hebben niets te maken met de intelligentie of motivatie van de kinderen.

ADHD kan al op jonge leeftijd aanwezig zijn. Bij een deel van de kinderen verdwijnen de klachten na de puberteit. Velen blijven echter als volwassene kenmerken van ADHD houden. ADHD kan er op verschillende leeftijden anders uitzien, ook omdat mensen in de loop der jaren leren hoe ze ermee om kunnen gaan.

Kenmerken van ADHD

  • Aandachtsproblemen: kinderen met ADHD zijn snel afgeleid, vergeetachtig en willen van alles tegelijkertijd doen. Op school kunnen de kinderen zich moeilijk concentreren op hun werk. Aandachtsproblemen vallen vaak op omdat de kinderen slecht luisteren.
  • Hyperactiviteit: kinderen met ADHD zijn, vooral op jonge leeftijd, voortdurend in beweging en onrustig. Stil zitten en rustig blijven kost ze veel moeite. Als de kinderen ouder worden, slaat de hyperactiviteit vaak om in innerlijke onrust.
  • Impulsiviteit en omgang met anderen: kinderen met ADHD hebben moeite met controle over hun eigen gedrag (de ‘remfunctie’) en ze kunnen hun activiteiten niet goed organiseren. Ze weten niet goed hoe ze met andere kinderen moeten omgaan. Door hun impulsieve en drukke gedrag, stoten zij anderen onbedoeld af.
  • Motoriek en onhandigheid: kinderen met ADHD hebben vaak een onhandige motoriek. Dat is bijvoorbeeld te zien bij rennen of huppelen. Ook ‘fijnere’ handelingen, zoals schrijven, gaan vaak moeizaam.

ADHD vaststellen

Het is soms moeilijk om al in een heel vroeg stadium de kenmerken van ADHD te ontdekken, omdat deze kenmerken in bepaalde fasen in het leven bij ieder kind voorkomen. Jonge kinderen hebben bijvoorbeeld allemaal moeite om hun aandacht langere tijd bij één onderwerp te houden. Dit is een heel normaal verschijnsel en het heeft normaal gesproken niets met ADHD te maken.

ADHD kan nog niet worden vastgesteld met een lichamelijk onderzoek of met het maken van een foto van de hersenen. Het wordt vastgesteld aan de hand van het gedrag van het kind. Om gegevens voor de diagnose te verzamelen heeft de hulpverlener gesprekken met het kind en de ouders. Ook wint de hulpverlener informatie in bij de leerkracht en observeert hij of zij het gedrag van het kind.

Brainwiki

Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

 

ADD, ADHD, concentratiestoornis

De ene mens heeft meer energie dan de ander. De een kan zich langdurig op iets concentreren, de ander maar korte tijd. Echter wanneer iemand voortdurend druk is, zich slecht kan concentreren en heel impulsief is, kan er sprake zijn van ADHD.

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder, ofwel een aandachtsstoornis met hyperactiviteit. Mensen met ADHD hebben zoveel last van concentratiezwakte, rusteloosheid en impulsiviteit dat zij hierdoor ernstig worden gehinderd in hun dagelijks leven. De stoornis manifesteert zich vanaf de vroege jeugd en blijft vaak bestaan tot in de volwassenheid. ADHD verhoogt de kans op een verstoorde ontwikkeling van de persoonlijkheid en kan gepaard gaan met andere psychische stoornissen, zoals depressie, borderline, angststoornissen en verslaving. In Nederland kampen ongeveer 160.000 mensen met verschijnselen van ADHD. ADHD is, voor zover nu bekend, niet te genezen maar wel goed te behandelen.

Bij Altrecht behandelen we ADHD bij volwassenen alleen in combinatie met angst- en stemmingsstoornissen en/of persoonlijkheidsproblematiek.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

 

 

angst, angststoornis, paniekaanval, paniekstoornis

Angst is een normale gezonde emotionele reactie op acuut gevaar. Het zorgt ervoor dat lichaam en geest snel en goed reageren op een bedreigende situatie. Ieder mens is in zijn leven wel eens bang of in paniek.

Maar sommige mensen zijn voortdurend angstig of hebben paniekaanvallen. Iemand die in het (recente) verleden getuige of slachtoffer is geweest van geweld of zich als kind ernstig bedreigd heeft gevoeld, kan terugkerende angstaanvallen hebben.

We spreken van een angststoornis als irreële angst duidelijk lijden veroorzaakt en iemand beperkt in het sociale leven en werk. Eén op de vijf Nederlanders krijgt in zijn leven te maken met een angststoornis. Een angststoornis kan ook voorkomen in combinatie met andere psychische problemen of lichamelijke klachten.

Fonds Psychische Gezondheid

Hersenstichting

angst, angststoornis, depressie, emotieregulatie

Angst is een normale gezonde emotionele reactie op acuut gevaar. Het zorgt ervoor dat lichaam en geest snel en goed reageren op een bedreigende situatie. Ieder mens is in zijn leven wel eens bang of in paniek. Soms gaat de angst niet weg en je kunt dan letterlijk ziek zijn van angst.
Je spreekt pas van een angststoornis wanneer het slecht met je gaat omdat je zo bang bent, dat daardoor de normale dingen thuis, op school en onder vrienden niet meer durft te doen.
Het hoort bij angst dat je eindeloos piekert en bang bent voor dingen waar anderen niet bang voor zijn. Je haalt je dan dingen in je hoofd die niet reëel zij, bijvoorbeeld dat je nergens goed in bent. Tijdens de behandeling leer je om je angst te onderzoeken en je leert er mee om gaan.

Hoe ontstaat angst?

Een angststoornis ontstaat als iemand daar gevoelig voor is en te maken krijgt met stressvolle gebeurtenissen in het leven. Er is meestal niet maar één alles verklarende oorzaak voor de problemen. Daarom richt de behandeling zich op het één voor één ontrafelen van die verschillende oorzaken van de angstklachten. Deze pak je stap voor stap aan.

Hoe weet je of je een angststoornis hebt?

Het kan zijn dat je zelf merkt dat het slecht met je gaat  en dat je normale dingen thuis, op school of met vrienden niet meer kunt doen. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een angststoornis hebt, word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij waar je problemen vandaan komen en hoe je daarbij geholpen kunt worden.

Gaat het over?

Als een angststoornis tijdig herkend en erkend wordt, is deze meestal goed te behandelen. Er zijn verschillende soorten angsten en de één gaat makkelijker over dan de andere. Het blijft vaak een gevoelige plek, waar je echter goed mee kunt leren omgaan.

 

Brainwiki

Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

 

 

ASS, autisme, autismespectrumstoornis

 

autisme_klokhuis_screenshot
Aflevering van Het Klokhuis over autisme

Meer video’s over autisme

De video’s geven een goed beeld van de impact die autisme heeft in het dagelijkse leven van drie verschillende kinderen op de basisschool. Het filmmateriaal is afkomstig van de Nederlandse Vereniging voor Autisme, Het Klokhuis en de beeldbank van het Leo Kannerhuis Nederland.

Wat is autisme?

Autisme is een stoornis in de informatieverwerking van de hersenen. Alles wat iemand met autisme hoort, ziet, ruikt en voelt, verwerkt hij of zij op een andere manier dan iemand zonder autisme. Er komt veel ’losse’ informatie binnen. En daardoor wordt het moeilijk om er een logisch geheel van te maken. Dat maakt het lastiger om de wereld waarin wij leven te begrijpen. Met autisme word je geboren. Het blijft gedurende je hele leven een rol spelen in relaties, vrije tijd, werk en/of opleiding. Autisme wordt niet veroorzaakt door de opvoeding.

Mensen met autisme zijn vaak gevoeliger (of juist minder gevoelig) voor bepaalde prikkels, zoals geluid of pijn is heftiger of juist minder heftig aanwezig. Ook kunnen door autisme extra psychische problemen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn dwangmatig gedrag of een depressie. Verder hebben mensen met autisme vaker last van angsten en woedeaanvallen.

Autisme is een ontwikkelingsstoornis

Dat betekent dat de ontwikkeling op drie gebieden langzamer of anders verloopt:

  • Sociale omgang en verbeelding, zoals geen of beperkt oogcontact maken, in zichzelf gekeerd zijn of zich moeilijk in kunnen inleven in andere mensen. Het kan daardoor lastig zijn om vrienden te maken.
  • Communicatie en (lichaams)taal, zoals gezichtsuitdrukkingen lastig herkennen en figuurlijke uitspraken letterlijk nemen.
  • Stereotype gedrag en een eenzijdige belangstelling.

Contact maken

Iemand met autisme kan zich afzijdig houden van contact of juist veel behoefte hebben aan contact. Tijdens het communiceren met anderen is het voor mensen met autisme vaak moeilijk aan te voelen wat er bedoeld wordt. Ze kunnen zeer breedsprakig zijn of juist heel weinig zeggen. Ook kunnen er problemen zijn met het verbeeldend of het inlevend vermogen. Dit uit zich in een gebrek aan fantasie of juist het zich erin verliezen. Het is voor iemand met autisme lastig om zich te verplaatsen in een ander.

De invloed van autisme op je leven

Autisme kan het functioneren van iemand negatief beïnvloeden op alle levensgebieden, zoals in relaties, vrije tijd, werk of opleiding. Maar er zijn ook mensen met autisme die op al deze levensgebieden redelijk tot goed functioneren of alleen problemen ervaren op één of enkele gebieden.

Er zijn veel vormen van autisme. In de praktijk wordt gesproken over een autistische spectrumstoornis (ASS), zoals het syndroom van Asperger en PDD-NOS.

Wil je meer weten?

Kijk dan eens op de volgende websites:

Leo Kannerhuis Nederland

Nederlandse Vereniging voor Autisme

Brainwiki (website voor jongeren)

 

 

bipolaire stemmingsstoornis, hypomanie, manie, manisch depressieve stoornis

Bipolaire stemmingsstoornissen worden ook wel manisch-depressieve stoornissen genoemd. Mensen die aan een bipolaire stoornis lijden hebben last van periodes waarin zij somber en angstig zijn en tot niets kunnen komen (depressie), maar daarnaast ook periodes waarin zij buitengewoon energiek en overactief zijn, en zich zo geweldig voelen dat zij onverantwoorde dingen kunnen doen (manie en hypomanie).

Depressies en manieën kunnen in sommige gevallen zo heftig zijn, dat de patiënt zijn gevoel voor de realiteit tijdelijk verliest (psychose). Intensieve behandeling is dan noodzakelijk.

Deze periodes van veranderde stemming en activiteit kunnen weken tot maanden duren, waarna er een meestal langere periode van stabiliteit intreedt. Soms gaan er jaren voorbij dat er geen klachten zijn, maar onbehandeld is er op den duur toch vaak een terugval. Een klein deel van de patiënten heeft heel vaak een stemmingsepisode of heel langdurige episoden. Stemmingsepisoden kunnen grote gevolgen hebben voor het gezinsleven en het werk. Tijdige diagnose en behandeling is daarom belangrijk. Bij sommige mensen komt de aandoening in de familie voor. Vaak begint de aandoening in de jonge volwassenheid, maar de eerste klachten kunnen ook op latere leeftijd optreden. Bij veel mensen begint het met (herhaalde) depressies, waardoor aanvankelijk wordt gedacht dat er sprake is van een ‘gewone’ depressie. Het vaststellen (diagnostiek) van een bipolaire stoornis is dan ook wel eens moeilijk, temeer omdat dit geheel op basis van de klachten en het beloop daarvan moet bestaat gebeuren.

Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen

Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen

agressief gedrag, alzheimer, dementie, geheugenstoornis, vasculaire dementie

Bij dementie verliest iemand meestal geleidelijk (een deel van) zijn verstandelijke vermogens.

De ziekte die aanleiding geeft tot een dementie, kan leiden tot stoornissen in verstandelijke vermogens, stemming en gedrag. Het gaat om stoornissen in het geheugen en in het praten, lezen en schrijven en in het uitvoeren van allerlei handelingen. Ook zijn mensen vaak niet meer in staat om gewone dingen te herkennen en te benoemen of om plannen te maken, dingen te organiseren en logische conclusies te trekken. Duidelijk mag zijn dat dementie veel negatieve invloed heeft op het dagelijks functioneren en dat wanneer de ziekte gevorderd is, in veel gevallen het zelfstandig functioneren lastig wordt. De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Een andere vorm van dementie is vasculaire dementie (door herseninfarcten of hersenbloeding).

NB: Altrecht behandelt dementie alleen in combinatie met andere psychiatrische ziektebeelden. Verpleeg- en verzorgingshuizen kunnen terecht voor consultatie.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

'tussen de oren', depressie

Iedereen, ook een kind of een puber, maakt wel eens een periode mee waarin het minder goed gaat en de stemming zakt of de prikkelbaarheid toeneemt. Om te kunnen spreken van een depressie heb je een sombere, prikkelbare stemming en/of je hebt geen zin meer in leuke dingen. En dan niet zomaar een keer, maar gedurende de meeste uren van de dag en de meeste dagen van de week. En dat gevoel is langere tijd aanwezig. Met andere woorden: Je bent ‘ziek van somberheid’.

Hoe herken je een depressie bij kinderen en pubers?

Het is bij kinderen en pubers lastig om te zien of er sprake is van een depressie. Dat komt omdat de sombere stemming niet de hele tijd aanwezig hoeft te zijn. Een kind leeft bij afleiding vaak tijdelijk op, om daarna weer snel terug te zakken in somberheid of prikkelbaarheid. Dit maakt dat de omgeving vaak denkt dat het kind zich aanstelt. Ook zijn kinderen en pubers vaak meer prikkelbaar dan somber, wat maakt dat de diagnose gemist kan worden.

Waar kun je last van hebben bij een depressie:

  • Bijna de hele dag een somber gevoel hebben
  • Niet kunnen genieten van dingen waar je eerst wel blij van werd
  • Heel veel of heel weinig willen eten
  • Je waardeloos voelen
  • Je bent prikkelbaar
  • Je hebt geen of weinig zin in seks
  • Je kunt je slecht concentreren
  • Soms het gevoel hebben niet meer te willen leven
  • Je hebt vaak lichamelijke klachten
  • Niet goed kunnen slapen

Hoe ontstaat een depressie?

Een depressie krijg je niet zomaar. Vaak zijn er stressvolle situaties aan te wijzen in verschillende leefgebieden (school, thuis of met vrienden) die je niet kunt verwerken, zoals bijvoorbeeld: er zijn nare of verdrietige dingen gebeurd, het gaat niet goed op school, of je wordt gepest. Ook kan het zijn dat je veel ruzie hebt.

De kans op een depressie is hoger wanneer het in jouw familie voorkomt, of als je zelf al eerder een depressie hebt gehad.

Hoe weet je of je een depressie hebt?

Je merkt zelf dat je erg somber of prikkelbaar bent. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een depressie hebt word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij wat er aan de hand is en hoe je daarbij geholpen kan worden.

Gaat het over?

Een depressie gaat in principe weer over. Het kan wel zijn dat het soms in je leven weer terug komt. Je stopt pas met de behandeling wanneer je geleerd hebt hoe je om kunt gaan met stress en een (dreigende) terugval (terugval preventie).

Brainwiki

'tussen de oren', depressie, doodswens, somber, suïcidaal

Ieder mens voelt zich wel eens somber of nergens zin in. Dat is heel normaal. Maar sommige mensen kunnen zich gedurende langere tijd zeer somber voelen en hebben nergens meer plezier in. Het kost hen veel moeite om de dagelijkse dingen te kunnen doen. En dan niet zomaar een keer, maar gedurende de meeste uren van de dag en de meeste dagen van de week. En dat gevoel is langere tijd aanwezig. Met andere woorden: Je bent ‘ziek van somberheid’. Een depressie kan het leven erg beïnvloeden. Het kan snel overgaan, maar soms lukt dit niet en is er hulp nodig.

Daarnaast kunnen bij een depressie ook andere klachten een rol spelen:

  • U kunt zich minder goed concentreren.
  • U voelt zich heel traag en moe of juist rusteloos en snel geïrriteerd.
  • Het nemen van beslissingen kost meer moeite, ook al gaat het om iets eenvoudigs.
  • U voelt zich nutteloos, schuldig of overbodig.
  • U slaapt slecht of juist heel veel.
  • Het eten smaakt niet meer of u eet juist extra veel. Hierdoor valt u af of komt u juist aan in gewicht.
  • U ervaart het leven misschien als een te grote last en u verlangt soms zelfs naar de dood.

Depressie bij kinderen en pubers

Het is bij kinderen en pubers lastig om te zien of er sprake is van een depressie. Dat komt omdat de sombere stemming niet de hele tijd aanwezig hoeft te zijn. Een kind leeft bij afleiding vaak tijdelijk op, om daarna weer snel terug te zakken in somberheid of prikkelbaarheid. Dit maakt dat de omgeving vaak denkt dat het kind zich aanstelt. Ook zijn kinderen en pubers vaak meer prikkelbaar dan somber, wat maakt dat de diagnose gemist kan worden.

Waar kun je last van hebben bij een depressie:

  • Bijna de hele dag een somber gevoel hebben
  • Niet kunnen genieten van dingen waar je eerst wel blij van werd
  • Heel veel of heel weinig willen eten
  • Je waardeloos voelen
  • Je bent prikkelbaar
  • Je hebt geen of weinig zin in seks
  • Je kunt je slecht concentreren
  • Soms het gevoel hebben niet meer te willen leven
  • Je hebt vaak lichamelijke klachten
  • Je kunt niet goed kunnen slapen

Hoe ontstaat een depressie?

Een depressie krijg je niet zomaar. Vaak zijn er stressvolle situaties aan te wijzen in verschillende leefgebieden (school, thuis of met vrienden) die je niet kunt verwerken, zoals bijvoorbeeld: er zijn nare of verdrietige dingen gebeurd, het gaat niet goed op school, of je wordt gepest. Ook kan het zijn dat je veel ruzie hebt.

De kans op een depressie is hoger wanneer het in jouw familie voorkomt, of als je zelf al eerder een depressie hebt gehad.

Hoe weet je of je een depressie hebt?

Je merkt zelf dat je erg somber of prikkelbaar bent. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een depressie hebt word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij wat er aan de hand is en hoe je daarbij geholpen kan worden.

Gaat het over?

Een depressie gaat in principe weer over. Het kan wel zijn dat het soms in je leven weer terug komt. Je stopt pas met de behandeling wanneer je geleerd hebt hoe je om kunt gaan met stress en een (dreigende) terugval (terugval preventie).

Brainwiki

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

dissociatieve stoornissen, extreme stress

Iedereen kent wel momenten van vergeetachtigheid, verstrooidheid of even dagdromen. Dit zijn normale verschijnselen. Pas als iemand door deze verschijnselen niet meer goed functioneert in het dagelijks leven, spreken we van een dissociatieve stoornis. Dissociatie betekent letterlijk ‘uiteenvallen’. Bij een dissociatieve stoornis lukt het iemand een bepaalde tijd niet om gebruik te maken van het bewustzijn met alle gedachten, gevoelens en herinneringen. Iemand staat als het ware los van zichzelf.

Een dissociatieve stoornis is vaak een reactie op een situatie van extreme stress, een bijzonder angstige situatie die iemand meestal niet bewust meer beleeft. Deze stress duurde meestal lang en vond vaak plaats in de kindertijd. Door de dissociatie kan iemand nare gevoelens, die opgeroepen worden door een traumatische ervaring, wegdrukken en eraan ontsnappen.

Dissociatieve verschijnselen kunnen ook voorkomen bij verschillende psychische stoornissen, zoals bij diverse angststoornissen, stemmingsstoornissen, bij psychose of bij persoonlijkheidsstoornissen.

dwanghandelingen, herhaling, steeds controleren

Iedereen kijkt wel eens of de deur goed op slot zit. Maar als je hier iedere dag mee bezig bent en daardoor je normale leven thuis, op school en onder vrienden belemmerd wordt, kun je een dwangstoornis hebben.

Wat is een dwangstoornis?

Je kunt het gevoel hebben dat je iets elke keer opnieuw moet doen. Vaak komt dit omdat je bang bent dat er anders iets naars gebeurt. Zo kun je bang zijn dat je ziek wordt of dat er een ongeluk gebeurt. Je bent daar de hele dag mee bezig. Vaak weet je dat het niet echt zal gebeuren, maar je blijft er steeds weer aan denken of hebt het gevoel dat je iets moet doen. Een ander woord voor dwangstoornis is Obsessieve-Compulsieve Stoornis. Afgekort: OCS.

Voorbeelden

Je bent bijvoorbeeld bang zijn dat er iets ergs gebeurt wanneer je bepaalde dingen niet doet. Je moet van jezelf vijf keer het licht aan en uit doen, anders denk je dat er iets gebeurt met je ouders. Terwijl je eigenlijk wel weet dat dit niet zo is. Dit heet een dwanggedachte en een dwanghandeling.

Andere voorbeelden zijn: Handen wassen, de deur steeds open en dicht willen doen, dingen steeds opnieuw tellen en dingen aan moeten raken.

Hoe ontstaat een dwangstoornis?

Het is niet helemaal duidelijk hoe een dwangstoornis ontstaat. Vaak, maar zeker niet altijd, spelen erfelijke factoren een rol. (Erfelijkheid betekent dat als één van je ouders en broers of zussen het hebben er een grotere kans is dat jij het ook krijgt.)

Hoe weet je of je een dwangstoornis hebt?

Het kan zijn dat je zelf merkt dat het slecht met je gaat en dat je normale dingen thuis, op school of met vrienden niet meer kunt doen. Maar het kan ook zijn dat je ouders of leraren op school dat merken. Vaak zal je dan eerst naar een huisarts of schoolarts gaan. Als zij denken dat je misschien een dwangstoornis hebt, word je doorgestuurd naar een psycholoog en/of een psychiater. Door gesprekken onderzoeken zij waar je problemen vandaan komen en hoe je daarbij geholpen kunt worden.

Gaat het over?

Het blijkt dat na één tot vijftien jaar 60% van de kinderen/jongeren met een dwangstoornis in meerdere of mindere mate baat heeft gehad van de behandeling. Met andere woorden:  een aantal kinderen/jongeren lijdt na behandeling nog steeds in een bepaalde mate aan de dwangstoornis. We streven natuurlijk altijd naar herstel; vaak blijft het wel een gevoelige plek.

Brainwiki

 

 

dwanghandelingen, herhaling, steeds controleren

Iedereen kent vaste gewoonten en routine handelingen. Zo controleren veel mensen het gas, licht en de sloten voordat ze naar bed gaan, terwijl ze eigenlijk weten dat het gas en licht uit zijn, en de deur op slot is. Zo’n extra controle geeft een gevoel van veiligheid in een situatie die risico met zich mee zou kunnen brengen. Als het risico groter wordt, bijvoorbeeld bij vertrek voor een vakantie van drie weken, controleren veel mensen hun huis extra goed. Soms rijdt iemand zelfs nog een keer terug om te zien of het gas echt uit is en de deur op het nachtslot. Dit soort herhalingsgedrag is normaal.

Sommige mensen zijn een groot deel van de dag bezig met controleren, handen wassen of herhalen. Wanneer zij dat niet doen beheerst de angst en onveiligheid hun leven. We spreken dan van een dwangstoornis of obsessieve compulsieve stoornis.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Dwang EU

Stichting Gilles de la Tourette

anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetstoornis

In grote lijnen zijn drie eetstoornissen te onderscheiden: anorexia nervosa, boulimia nervosa en de eetbuistoornis (Binge Eating Disorder).

Ongeveer de helft van alle jonge vrouwen begint met lijnen. Lijnen is het (tijdelijk) heel bewust omgaan met wat je wel en niet van jezelf mag eten. Voor een kleine groep (veelal vrouwen, ongeveer 5% is man), verandert het lijnen in een ziekte of eetstoornis.

De hele dag staat in het teken van eten en gewicht. Het lijnen kan worden afgewisseld met eetbuien. Om de calorie-inname van eetbuien te compenseren of nog meer te willen afvallen gaan mensen met een eetstoornis vaak extreem veel sporten. Bij bepaalde vormen van eetstoornissen proberen mensen de eetbuien te compenseren door braken of gebruik van laxeermiddelen.

De gevolgen van een eetstoornis zijn aanzienlijk. Sociaal functioneren, zoals naar school gaan, studeren of het onderhouden van sociale contacten is vaak niet meer mogelijk. Het extreem lijnen en eetbuien hebben psychologische gevolgen in gedrag, gedachten en gevoelens. Dat leidt soms tot een depressie of angststoornis. Ook lichamelijke gevolgen zijn mogelijk zoals hartritmestoornissen door ondervoeding of aantasting van het gebit door braken.

Schaamte, ontkenning en het proberen te verbergen van het eetgedrag zorgen ervoor dat mensen vaak laat hulp zoeken voor hun probleem. Terwijl de kans op herstel juist groter lijkt te zijn bij vroege signalering.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Brainwiki

Ixta Noa

Weet: Vereniging rond eetstoornissen

 

agressief gedrag, antisociaal gedrag, CD, gedragsstoornis, ODD, opstandig gedrag

Er is sprake van een gedragsstoornis als je gedurende langere tijd gedrag vertoont waar anderen erg veel last van hebben. En als dat gedrag duidelijk een nare invloed heeft op je eigen functioneren.

Het is normaal dat kinderen zich tegen volwassenen verzetten. Ook liegen, vechten en pesten komen wel eens voor bij kinderen die zich normaal ontwikkelen. Maar als dit gedrag langere tijd duurt en het duidelijk een nare invloed heeft op het functioneren van het kind, kan er sprake zijn van een oppositioneel-opstandige of een antisociale gedragsstoornis. Deze begrippen worden hieronder uitgelegd.

Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)

Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)is gedrag waarbij het kind zich verzet tegen de leiding van volwassenen. Hij of zij weigert om te doen wat wordt gevraagd of reageert driftig op correcties en verboden. Ook kan het kind doen alsof het iets niet gehoord heeft, iets is vergeten of iets net anders doen dan werd gevraagd.

Antisociaal gedrag (CD)

Antisociaal gedrag (CD) is gedrag van het kind waarbij anderen geweld wordt aangedaan, bijvoorbeeld vechten en stelen, bedreigen, liegen of spijbelen.

Agressief gedrag

Gedrag is agressief als met opzet schade wordt toegebracht aan een andere persoon of aan een voorwerp, bijvoorbeeld door slaan, schoppen of vernielen. Of gedrag waarvan andere mensen veel last ondervinden zoals pesten, schreeuwen, uitschelden en bedreigen.

Gedragsstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben, die elkaar ook onderling kunnen versterken. De oorzaak van een gedragsstoornis kan liggen in de opvoeding van het kind. Als ouders bijvoorbeeld onvoldoende regels stellen of als ze inconsequent en vaak hard straffen of weinig toezicht houden op het doen en laten van hun kind, dan kan dat leiden tot een ODD of CD. Deze opvoedingskenmerken kunnen voor een deel samenhangen met eigenschappen van de ouders, zoals gedeprimeerdheid of prikkelbaarheid, psychiatrische problemen, delinquentie of huwelijksproblemen.

Andere mogelijke oorzaken van gedragsstoornissen zijn leerproblemen, spraak- en taal problemen, problemen in de motoriek, zwakbegaafdheid, middelenmisbruik of emotionele problemen. Tot slot kan ook erfelijke aanleg een rol spelen.

Brainwiki

 

alcohol, geheugenstoornis, hersenbloeding, herseninfarct, hersenletsel, hersentumor, korsakov

Niet aangeboren hersenletsel is een schade aan de hersenen die ontstaan is na de geboorte op jonge of latere leeftijd. Door de hersenbeschadiging zijn bepaalde hersenfuncties slechter geworden of zelfs helemaal weggevallen. Niet aangeboren hersenletsel kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende zijn:

  • Hersenschudding (Commotio Cerebri): een kortdurende stoornis van de hersenfuncties door letsel aan het hoofd.
  • Hersenkneuzing (Contusio Cerebri): Het hersenweefsel is beschadigd als gevolg van een trauma.
  • Herseninfarct (Cerebrovasculair accident (CVA)): het afsterven van hersencellen ten gevolge van een verstoorde bloedvoorziening. Hersenbloeding (Cerebrovasculair accident (CVA)): een hersenbeschadiging ten gevolge van een bloeding in het hersenweefsel, tussen de hersenvliezen of tussen de schedel en de hersenvliezen.
  • Hersentumor. Een goed- of kwaadaardig gezwel in de hersenen of van de hersenvliezen.
  • Meningitis/encephalitis. Ontsteking van het hersenweefsel of de hersenvliezen door het binnendringen van bacteriën of virussen.
  • Hersenbeschadiging door alcoholmisbruik (syndroom van Korsakov)

Hersenstichting

borderline, persoonlijkheid, persoonlijkheidsstoornis

We spreken van een persoonlijkheidsstoornis als iemands gedrag of persoonlijkheidskenmerken herhaaldelijk tot onoplosbare problemen leiden in relaties, op het werk of met familieleden.

Iedere persoonlijkheidsstoornis is anders en de diagnose is niet altijd makkelijk te stellen. De meeste mensen bij wie een persoonlijkheidsstoornis vermoed wordt, vragen hulp vanwege de klachten die het gevolg zijn van hun problematiek. Die klachten zijn bijvoorbeeld depressies, angstklachten, relatieproblemen of identiteitsproblematiek.

Ook aanhoudende lichamelijke klachten kunnen de reden zijn dat iemand hulp vraagt. Het is echter vaak de familie die aangeeft dat er hulp nodig is, omdat de persoon zelf juist op grond van de persoonlijkheidsproblematiek aarzeling en weerstand voelt om hulp te vragen.

Er zijn verschillende typen persoonlijkheidsstoornissen met elk specifieke kenmerken en problemen. Het meest bekend is de borderlinepersoonlijkheidsstoornis. Uit het diagnostisch onderzoek zal blijken met welke problematiek iemand te maken heeft.

Persoonlijkheidsstoornissen komen vaak in combinatie met andere psychische problemen voor als depressie, angststoornissen of verslavingsproblematiek.

Kenniscentrum Persoonlijkheidsstoornissen

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

 

borderline, emotieregulatie, persoonlijkheid, persoonlijkheidsstoornis

Dat de puberteit een onstuimige periode kan zijn, is bij de meeste ouders en jongeren bekend: je humeur kan alle kanten op gaan, je hebt misschien vaker ruzie met je ouders, omdat je allerlei dingen wilt uitproberen. Ook zijn er allerlei lichamelijke veranderingen.

De meeste pubers komen deze periode goed door. Maar er zijn ook jongeren die naast de gewone puberdingen, problemen ervaren die er lang zijn, niet vanzelf overgaan en zorgen dat een jongere zich niet goed kan ontwikkelen.

Stijl of stoornis

Er is een groot verschil tussen een persoonlijkheidsstijl en een persoonlijkheidsstoornis. De verschillende stijlen die mensen kunnen hebben, maken het leven juist kleurrijk. Soms kan een jongere door een bepaalde stijl niet goed functioneren en zich niet goed ontwikkelen. Dan ontstaan er zorgen of er niet sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en mogelijk zelfs van een persoonlijkheidsstoornis.

Persoonlijkheidsstoornissen

Als in de puberteit en adolescentie steeds meer langdurige problemen ontstaan, denken we ook aan een persoonlijkheidsstoornis. Meestal liep het voor de puberteit ook allemaal al niet zo soepel. Bij een persoonlijkheidsstoornis zijn er problemen, die invloed hebben op het functioneren thuis, op school en met vrienden en hobby’s of werk. Over een persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig anders gedacht dan een aantal jaren geleden. Toen dachten onderzoekers dat zo’n stoornis eigenlijk niet over kon gaan en dat je er pas van kon spreken als iemand ouder dan 18 is. Steeds meer onderzoekers komen erachter dat je de diagnose persoonlijkheidsstoornis ook bij jongeren kunt stellen en dat een persoonlijkheidsstoornis ook weer kan verdwijnen. En misschien nog wel sneller als je een goede behandeling krijgt.

Borderline

De persoonlijkheidsstoornis die wij het meeste zien en behandelen, is de borderline persoonlijkheidsstoornis.  Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis denken vaak zwart-wit (iets is helemaal goed of helemaal slecht) en h

Janna

"Gelukkig heb ik nu minder ruzie op school en met vrienden

Lees meer

ebben vaak veel stemmingswisselingen (zie ook het verhaal van Janna hiernaast). Ze worden teleurgesteld door zichzelf en anderen. Vaak beschadigen zij zichzelf en doen soms zelfmoordpogingen. We noemen dit zelfdestructief gedrag. Je kunt hierbij ook denken aan teveel drinken, drugs gebruiken, seksueel risicovol gedrag of plotseling niet meer eten. Al deze zaken maken jongeren, ouders en soms behandelaren wanhopig.

Afhankelijke of vermijdende persoonlijkheidsstoornis

Behalve de borderline persoonlijkheidsstoornis (in ontwikkeling) zien we ook zich nog ontwikkelende persoonlijkheidsstoornissen met vooral afhankelijk of vermijdend gedrag.
Bij een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis is iemand niet in staat om eigen beslissingen te nemen of verantwoordelijkheid te dragen, zonder de goedkeuring van belangrijke anderen. Zelf plannen maken en ook uitvoeren is heel erg moeilijk bij dit soort problematiek. Alleen zijn is erg moeilijk te verdragen. En in een relatie of vriendschap speelt de angst om verlaten te worden voortdurend een rol. Vaak gaat dit samen met vermijdend gedrag. De angst om niet aardig gevonden te worden of zelfs te worden afgewezen is dan zo groot, dat iemand nauwelijks meer contacten aangaat en zich terugtrekt uit het gewone leven.

Persoonlijkheidsstoornissen A Cluster

Jongeren met een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis hebben vaak bijzondere ideeën en fantasieën waardoor zij buiten de meeste groepen van leeftijdgenoten kunnen vallen. Zij zijn daarbij vaak ook heel gevoelig voor de reacties van anderen en kunnen zelfs achterdochtig worden. Jongeren met deze persoonlijkheidstrekken zijn meestal ook gevoelig voor stress. Als de stress oploopt, wordt het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid moeilijker.

Brainwiki

hallucinaties, psychose, psychosegevoeligheid, schizoaffectief, schizofrenie, wanen

Achter elke boom kan een moordenaar zitten. Dat denk je als je net een heftige thriller hebt gezien, en je loopt door een donker bos. In de wind hoor je iemand gillen. Je hebt milde psychotische ervaringen: een waandenkbeeld van bedreiging, een hallucinatie van stemmen. Maar je hebt geen volle psychose, omdat je afstand kunt nemen. Je bent in staat om te toetsen wat echt is en wat niet.

We kunnen allemaal bang zijn, en we hebben allemaal het vermogen om ons dingen in te beelden. Dat moet. Om flexibel te kunnen reageren op de wereld om ons heen moeten we er voortdurend betekenis aan geven: waarom doet mijn baas zo vervelend? Hebben die twee iets met elkaar? Lachen de passagiers in de bus me uit? Om goed om te gaan met zulke vragen is het heel gezond om soms een beetje achterdochtig te zijn, of om in je hoofd met jezelf te praten.

Maar extreme achterdocht (wanen) en het waarnemen van stemmen waar je geen controle meer over hebt (hallucinaties) belemmeren je functioneren. De achterdocht of stemmen zijn dan geen normale ervaringen meer, maar psychotische symptomen waar je hulp voor nodig hebt.

Wat is een volle psychose?

Als je een psychose hebt, heb je niet alleen last van wanen of hallucinaties. Een psychose is een mengbeeld (syndroom) van verschillende soorten symptomen. De mix ziet er bij iedereen anders uit. De één heeft bijvoorbeeld vooral gevoelens van wantrouwen, de ander hoort vooral vijandige stemmen. Weer een ander heeft juist last van stemmingswisselingen en is de ene keer diep somber en traag (depressie) en de volgende keer abnormaal uitgelaten en hyperactief (manisch). Nog weer andere patiënten ervaren onvoldoende motivatie om dagelijkse taken uit te voeren (motivatieproblemen), gebrek aan aandacht en concentratie, en kunnen minder goed plannen en leren (cognitieproblemen).

Psychosegevoeligheid

Hoewel elke psychose dus anders is, gaan we uit van één enkel begrip: psychose, of, nog correcter: psychotisch syndroom.

In de psychiatrie zijn traditioneel zo’n 20 verschillende soorten ‘schizo’-diagnosen in gebruik voor mensen met een psychose: van schizofrenie en schizoaffectief tot kortdurende psychotische stoornis en psychotische stoornis NAO. Wij kiezen echter voor het eenvoudige begrip psychose of psychosegevoeligheid, omdat deze term alle 20 diagnostische groepen met elkaar verbindt.

Met dank aan de PsychoseNet, de website over psychose, stemming en de weg naar herstel.

PsychoseNet

Als mensen een traumatische ervaring meemaken, voelen ze zich extreem bang, hulpeloos of bedreigd. Vaak voelen zij ook lichamelijke symptomen, zoals zweten, hartkloppingen en een versnelde ademhaling. Dit zijn normale menselijke en automatische reacties op gevaar en dreiging, die ook wel de ‘vecht/vlucht reacties’ worden genoemd. Het lichaam maakt zich klaar om te vluchten of in de aanval te gaan. Dit gebeurt vanzelf en helpt ons om in gevaarlijke situaties te overleven. Ook kan het zijn dat je met een ‘bevriesreactie’ reageert op de traumatische ervaring. Je lichaam houdt zich als het ware stil om de traumatische gebeurtenis te kunnen doorstaan.

Lang na de traumatische gebeurtenissen zelf, kunnen bepaalde dingen zoals geluid, geur, aanraking (zogenaamde triggers) dezelfde reacties oproepen. Het lijf reageert dan weer net alsof het daadwerkelijk in gevaar is. Mensen beleven dan de traumatische gebeurtenissen elke keer opnieuw, met alle lichamelijke reacties van dien. Daarom worden deze ervaringen ook wel ‘herbelevingen’ genoemd. Herbelevingen kunnen zich voordoen in de vorm van nachtmerries, maar ook optreden als je wakker bent. Hoe de inhoud van herbelevingen ook verschilt per persoon: ze leveren vaak veel angst en stress op. Een logisch gevolg hiervan is dat de meeste mensen de herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen proberen weg te drukken of te negeren. Op korte termijn kan de spanning zo wat dalen. Helaas werkt dit op de langere termijn juist niet. Hoe hard je het ook probeert: de herinneringen blijven zich aan je opdringen.

Wanneer er sprake is van steeds terugkerende en zich opdringende herinneringen, schrikreacties, vermijding en negatieve emoties, spreken we van een post traumatische stress stoornis.

PTSS is in het algemeen goed te behandelen met methodieken als imaginaire exposure, EMDR, NET (Narratieve Exposure Therapie) en imaginaire rescripting. Altrecht kent een Intensieve Ambulante Traumabehandeling, naast de reguliere behandelvormen van 1 of 2x per week.

Link naar EMDR-vereniging: www.EMDR.nl

Folder Intensieve Ambulante Traumabehandeling (IAT)

Chronische vermoeidheid, Conversieve klachten, onverklaarbare lichamelijke klachten, onvoldoende verklaarde buikklachten, onvoldoende verklaarde maag- en darmklachten, Onvoldoende verklaarde pijn, onvoldoende verklaarde uitvalsverschijnselen

Soms hebben mensen langdurige lichamelijke klachten waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden kan worden. Meestal zijn er bijkomende psychische en sociale klachten en problemen. Andere termen voor somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) zijn psychosomatische klachten, somatoforme stoornissen, somatische symptoomstoornissen of conversiestoornissen.

De volgende lichamelijke klachten kunnen onder meer voorkomen: chronische hoofdpijn, rugpijn, gewrichtspijn, pijn op de borst, chronische vermoeidheid, buikklachten, maag- en darmklachten, duizeligheid en hartkloppingen en uitvalsverschijnselen.
Het kan ook gaan om klachten die horen bij een verklaarbare lichamelijke aandoening, maar die ernstiger zijn of langer duren dan artsen verwachten. Na een verwonding aan een hand of been blijft iemand bijvoorbeeld veel langer pijn houden dan medisch kan worden verklaard.

Voorbeelden van bijkomende psychische klachten zijn angststoornissen, depressie en persoonlijkheidsproblematiek. En veel voorkomende sociale problemen zijn beperkte werkbelastbaarheid, afkeuring, conflicten, onbegrip, juridische procedures en sociale isolatie.

Vaak ontstaan de bijkomende klachten en problemen als gevolg van SOLK. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin de gevolgen de klachten in stand houden en herstel wordt belemmerd. Hierbij spelen tal van misverstanden rond SOLK een belangrijke rol, zoals de opvatting dat de klachten ingebeeld zijn, expres worden veroorzaakt of nagebootst. Hierdoor ontstaat veel onbegrip, wat de klachten kan versterken.

Nieuws over onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten

SOLK web

Netwerk Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachte

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Onbegrepen klachten

Iedereen maakt wel eens nare dingen mee en die verwerken we meestal gewoon zelf, zonder professionele hulp. Soms is wat je hebt meegemaakt voor jou zo erg, dat het je niet lukt om het zelf te verwerken. Je blijft dan klachten houden. Je hebt bijvoorbeeld een auto-ongeluk meegemaakt, je bent seksueel of geestelijk mishandeld of  je hebt geweld gezien.

Welke klachten kun je hebben?

  • herbelevingen (soms in de vorm van nachtmerries) van de gebeurtenis;
  • prikkelbaarheid en overdreven waakzaamheid;
  • het vermijden van dingen of plaatsen die doen denken aan de gebeurtenis;

Bij kinderen en jongeren zien we soms dat ze prikkelbaar en agressief zijn, of juist teruggetrokken en somber. Vaak vallen zij wat terug in hun ontwikkeling. Jonge kinderen gaan weer in hun broek plassen of gaan zich babyachtig gedragen, oudere kinderen worden bijvoorbeeld meer afhankelijk of angstig of gaan juist risicovol gedrag vertonen en de grenzen meer opzoeken. Ook zien we dat kinderen en jongeren zich minder goed kunnen concentreren op school en dat ze het moeilijk vinden om nieuwe dingen te leren. Zij klagen over een druk of vol hoofd en hebben vaak minder energie.

Door deze klachten functioneer je minder goed in het dagelijks leven.

Brainwiki

nachtmerries, posttraumatische stress, seksueel misbruik, trauma

Trauma betekent eigenlijk: wond. Het is een emotionele beschadiging die is ontstaan na het meemaken van een schokkende gebeurtenis. Als het verwerken van een gebeurtenis niet goed lukt, blijf je klachten houden in het dagelijks leven in het gezin, op school of met je vrienden. Je probeert bijvoorbeeld bepaalde plekken te ontwijken, je hebt nachtmerries of je wordt snel boos of juist bang en teruggetrokken.

Er zijn veel gebeurtenissen die tot trauma’s kunnen leiden:

  • Acute, onverwachte schokkende gebeurtenissen, zoals een ernstig auto-ongeluk, brand, of je ouders gaan scheiden.
  • Schokkende gebeurtenissen die veel langer duren, zoals ernstige verwaarlozing, seksueel misbruik, huiselijk geweld of, bij vluchtelingen, oorlogsgeweld. Je voelt je steeds onveilig en je hebt bijvoorbeeld last van nachtmerries.

Kinderen kunnen op heel verschillende manieren reageren op traumatische gebeurtenissen.

  • Peuters en kleuters worden bijvoorbeeld prikkelbaar en ze krijgen slaapproblemen en lichamelijke ziekteverschijnselen, zoals diarree. Naast angstig en teruggetrokken gedrag en separatieangst kan er ook sprake zijn van terugval in kinderlijk gedrag (bijvoorbeeld weer in bed plassen of op de duim zuigen) en van woede-uitbarstingen.
  • Lagere schoolkinderen kunnen nachtmerries krijgen of de gebeurtenis steeds weer opnieuw beleven. Sommige kinderen trekken zich helemaal terug in een eigen wereld, andere worden juist agressief. Ook kunnen zich problemen voordoen op school door bijvoorbeeld concentratieproblemen.
  • Adolescenten kunnen of erg meegaand en teruggetrokken worden of juist erg agressief en opstandig. Dit kan leiden tot ruzies met ouders en problemen op school.

Posttraumatische stress

De reacties op een traumatische gebeurtenis kunnen direct na de gebeurtenis ontstaan. Maar het kan ook gebeuren dat de reactie pas (veel) later komt. Deze vorm van trauma heet posttraumatische stress en komt vaak voor na langdurige stresssituaties als (oorlogs)geweld of seksueel misbruik. Kenmerkend voor posttraumatische stress is de herbeleving van het gebeurde (in nachtmerries, flashbacks of herhalend spel), overdreven waakzaam zijn en het vermijden van situaties die aan de gebeurtenissen doen denken.

Seksueel misbruik

Seksueel misbruik is voor een kind of jongere een traumatische ervaring. Zowel voor het kind als voor de betrokken ouder(s). Het is een onderwerp waar het kind en de ouders het liever niet over willen hebben, maar als het is gebeurd dringt het zich steeds weer op.

Seksueel misbruik kan veel geestelijke en ook lichamelijke gevolgen hebben. Kinderen kunnen last krijgen van onder andere:

  • Angst om alleen te zijn, om naar de wc te gaan, om langs bepaalde plekken te lopen;
  • Onzekerheid over zichzelf, het uiterlijk, de eigen gezondheid;
  • Schaamtegevoel, bijvoorbeeld over het eigen lichaam, over bloot-zijn;
  • Schuldgevoel over wat is gebeurd;
  • Slaapproblemen zoals inslaapproblemen of nachtmerries;
  • Woedebuien op voor ouders onverwachte momenten;
  • Teruggetrokken gedrag, zoals verdrietig zijn, zich afsluiten;
  • Geseksualiseerd gedrag zoals overmatige belangstelling voor seksualiteit, seksueel getinte spelletjes doen;
  • Lichamelijke problemen zoals buikpijn of bedplassen.

Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

Brainwiki

 

angst, depressie, nachtmerries, posttraumatische stress, seksueel misbruik, trauma

Trauma betekent eigenlijk: wond. Het is een emotionele beschadiging die is ontstaan na het meemaken van een schokkende gebeurtenis. Als het verwerken van een dergelijke gebeurtenis niet goed lukt, blijven er klachten bestaan die het dagelijks leven verstoren.

Een gebeurtenis die een intens gevoel van machteloosheid oproept bij de persoon in kwestie noemen we traumatisch. Daarbij zorgt de gebeurtenis voor een acute verstoring in het leven. De normale loop van het bestaan wordt doorbroken. Had de persoon tot aan de gebeurtenis het vooruitzicht op een leven dat zich in een bepaalde lijn zou ontwikkelen, daarna ervaart hij of zij het leven als compleet veranderd.

Er zijn heel veel gebeurtenissen die tot trauma’s kunnen leiden:

  • Acute, onverwachte schokkende gebeurtenissen, zoals een ernstig auto-ongeluk of brand, maar ook een scheiding.Er is sprake van een eenmalige traumatische ervaring die duidelijk is afgebakend.
  • Schokkende gebeurtenissen die veel langer achtereen optreden (bijvoorbeeld ernstige verwaarlozing, seksueel misbruik, huiselijk geweld of, bij vluchtelingen, oorlogsgeweld) en die zich kenmerken door permanente dreiging en zich herhalende schokkende ervaringen. Het gaat dan om herhaalde en vaak ook langdurige traumatisering.

Voor het verwerken van een schokkende gebeurtenis is tijd nodig. Als die verwerking te lang duurt, of helemaal uitblijft, is er sprake van een trauma. Iemand kan dan niet meer normaal functioneren, bijvoorbeeld omdat hij probeert bepaalde alledaagse situaties te ontwijken.

De verschijnselen van een trauma zijn divers. Mensen kunnen last hebben van nare gevoelens, nachtmerries en herbeleving van de traumatiserende gebeurtenis. Ook kan men lijden aan angsten, slaapstoornissen, geheugenverlies, gespannen zijn, prikkelbaar en boos zijn en depressieve gevoelens.

 

 

alcohol, cannabis, drugs, medicijnen, middelenmisbruik, verslaving

Verslaving aan een bepaalde stof ontstaat meestal geleidelijk. In het begin gebruikt iemand af en toe een verdovend of stimulerend middel voor de gezelligheid, om te kunnen ontspannen of om erbij te horen.

Maar na verloop van tijd ontstaat een sterke lichamelijke en/of geestelijke behoefte aan het middel die steeds belangrijker wordt ten opzichte van andere dingen in het leven.

Er is meestal sprake van verslaving als iemand moeite heeft om het gebruik van een middel te beheersen, steeds meer nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken, plezier in andere dingen verliest en doorgaat met het gebruik ondanks de nadelige gevolgen voor lichaam en geest.

We spreken van een verslaving als iemand afhankelijk is van een of meer middelen of een of meer middelen langdurig misbruikt.

Verslaving kan allerlei problemen veroorzaken, bijvoorbeeld met de lichamelijke gezondheid, met werk of opleiding, met politie of justitie en met familie, partner of vrienden. Verslaving komt ook vaak voor in combinatie met andere psychische stoornissen.

Iemand die verslaafd is lijdt niet alleen zelf onder de problemen, maar ook de omgeving lijdt eronder. Daarom is de hulpverlening voor mensen met een verslaving ook gericht op zijn of haar familie en direct betrokken.

Middelen als cannabis, maar ook cocaïne, heroïne, partydrugs en alcohol kunnen bij een daarvoor kwetsbare persoon psychoses uitlokken en zij kunnen het functioneren van iemand met schizofrenie destabiliseren.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie