agressief gedrag

agressief gedrag, antisociaal gedrag, CD, gedragsstoornis, ODD, opstandig gedrag

Er is sprake van een gedragsstoornis als je gedurende langere tijd gedrag vertoont waar anderen erg veel last van hebben. En als dat gedrag duidelijk een nare invloed heeft op je eigen functioneren.

Het is normaal dat kinderen zich tegen volwassenen verzetten. Ook liegen, vechten en pesten komen wel eens voor bij kinderen die zich normaal ontwikkelen. Maar als dit gedrag langere tijd duurt en het duidelijk een nare invloed heeft op het functioneren van het kind, kan er sprake zijn van een oppositioneel-opstandige of een antisociale gedragsstoornis. Deze begrippen worden hieronder uitgelegd.

Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)

Oppositioneel-opstandig gedrag (ODD)is gedrag waarbij het kind zich verzet tegen de leiding van volwassenen. Hij of zij weigert om te doen wat wordt gevraagd of reageert driftig op correcties en verboden. Ook kan het kind doen alsof het iets niet gehoord heeft, iets is vergeten of iets net anders doen dan werd gevraagd.

Antisociaal gedrag (CD)

Antisociaal gedrag (CD) is gedrag van het kind waarbij anderen geweld wordt aangedaan, bijvoorbeeld vechten en stelen, bedreigen, liegen of spijbelen.

Agressief gedrag

Gedrag is agressief als met opzet schade wordt toegebracht aan een andere persoon of aan een voorwerp, bijvoorbeeld door slaan, schoppen of vernielen. Of gedrag waarvan andere mensen veel last ondervinden zoals pesten, schreeuwen, uitschelden en bedreigen.

Gedragsstoornissen kunnen verschillende oorzaken hebben, die elkaar ook onderling kunnen versterken. De oorzaak van een gedragsstoornis kan liggen in de opvoeding van het kind. Als ouders bijvoorbeeld onvoldoende regels stellen of als ze inconsequent en vaak hard straffen of weinig toezicht houden op het doen en laten van hun kind, dan kan dat leiden tot een ODD of CD. Deze opvoedingskenmerken kunnen voor een deel samenhangen met eigenschappen van de ouders, zoals gedeprimeerdheid of prikkelbaarheid, psychiatrische problemen, delinquentie of huwelijksproblemen.

Andere mogelijke oorzaken van gedragsstoornissen zijn leerproblemen, spraak- en taal problemen, problemen in de motoriek, zwakbegaafdheid, middelenmisbruik of emotionele problemen. Tot slot kan ook erfelijke aanleg een rol spelen.

Brainwiki

 

agressief gedrag, alzheimer, dementie, geheugenstoornis, vasculaire dementie

Bij dementie verliest iemand meestal geleidelijk (een deel van) zijn verstandelijke vermogens.

De ziekte die aanleiding geeft tot een dementie, kan leiden tot stoornissen in verstandelijke vermogens, stemming en gedrag. Het gaat om stoornissen in het geheugen en in het praten, lezen en schrijven en in het uitvoeren van allerlei handelingen. Ook zijn mensen vaak niet meer in staat om gewone dingen te herkennen en te benoemen of om plannen te maken, dingen te organiseren en logische conclusies te trekken. Duidelijk mag zijn dat dementie veel negatieve invloed heeft op het dagelijks functioneren en dat wanneer de ziekte gevorderd is, in veel gevallen het zelfstandig functioneren lastig wordt. De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Een andere vorm van dementie is vasculaire dementie (door herseninfarcten of hersenbloeding).

NB: Altrecht behandelt dementie alleen in combinatie met andere psychiatrische ziektebeelden. Verpleeg- en verzorgingshuizen kunnen terecht voor consultatie.

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

aandachtsstoornis, ADD, ADHD, agressief gedrag, hyperactief

ADHD is een afkorting voor Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. In Nederland noemen we het aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. Aandachtstekortstoornis wil niet zeggen dat ouders van kinderen met ADHD hun kind te weinig aandacht geven. We spreken van aandachtstekort omdat de kinderen zelf hun aandacht niet lang genoeg bij een taak kunnen houden.

ADHD komt vaak voor in combinatie met andere stoornissen. Ongeveer de helft van de kinderen met ADHD vertoont ook ernstig opstandig gedrag, ongeveer 70% heeft leerproblemen en ook angststoornissen, somberheid, ticstoornissen en contactstoornissen komen vaker samen met ADHD voor. Deze problemen hebben niets te maken met de intelligentie of motivatie van de kinderen.

ADHD kan al op jonge leeftijd aanwezig zijn. Bij een deel van de kinderen verdwijnen de klachten na de puberteit. Velen blijven echter als volwassene kenmerken van ADHD houden. ADHD kan er op verschillende leeftijden anders uitzien, ook omdat mensen in de loop der jaren leren hoe ze ermee om kunnen gaan.

Kenmerken van ADHD

  • Aandachtsproblemen: kinderen met ADHD zijn snel afgeleid, vergeetachtig en willen van alles tegelijkertijd doen. Op school kunnen de kinderen zich moeilijk concentreren op hun werk. Aandachtsproblemen vallen vaak op omdat de kinderen slecht luisteren.
  • Hyperactiviteit: kinderen met ADHD zijn, vooral op jonge leeftijd, voortdurend in beweging en onrustig. Stil zitten en rustig blijven kost ze veel moeite. Als de kinderen ouder worden, slaat de hyperactiviteit vaak om in innerlijke onrust.
  • Impulsiviteit en omgang met anderen: kinderen met ADHD hebben moeite met controle over hun eigen gedrag (de ‘remfunctie’) en ze kunnen hun activiteiten niet goed organiseren. Ze weten niet goed hoe ze met andere kinderen moeten omgaan. Door hun impulsieve en drukke gedrag, stoten zij anderen onbedoeld af.
  • Motoriek en onhandigheid: kinderen met ADHD hebben vaak een onhandige motoriek. Dat is bijvoorbeeld te zien bij rennen of huppelen. Ook ‘fijnere’ handelingen, zoals schrijven, gaan vaak moeizaam.

ADHD vaststellen

Het is soms moeilijk om al in een heel vroeg stadium de kenmerken van ADHD te ontdekken, omdat deze kenmerken in bepaalde fasen in het leven bij ieder kind voorkomen. Jonge kinderen hebben bijvoorbeeld allemaal moeite om hun aandacht langere tijd bij één onderwerp te houden. Dit is een heel normaal verschijnsel en het heeft normaal gesproken niets met ADHD te maken.

ADHD kan nog niet worden vastgesteld met een lichamelijk onderzoek of met het maken van een foto van de hersenen. Het wordt vastgesteld aan de hand van het gedrag van het kind. Om gegevens voor de diagnose te verzamelen heeft de hulpverlener gesprekken met het kind en de ouders. Ook wint de hulpverlener informatie in bij de leerkracht en observeert hij of zij het gedrag van het kind.

Brainwiki

Kenniscentrum Kinder- en jeugdpsychiatrie

Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie