“Ik ging me weer nuttig voelen en heb opnieuw geleerd om van kleine dingen een succes te maken.”

Het begon drie en een half jaar geleden voor Hans (74), toen hij op zijn kleinkinderen paste en tijdens het boodschappen doen kwam te vallen. Een totale en onverwachte depressie maakte zich van hem meester. “Je kunt je het niet voorstellen”, zegt Hans, die vóór zijn ziekte niets liever deed dan de slingers ophangen in zijn leven: “Het is als een beest dat naar boven komt en waar niets, maar dan ook niets tegenop gewassen is.”

Ruim acht weken lag Hans volkomen apathisch in bed voordat hij er zelf ook van overtuigd was dat er iets moest gebeuren. En dat werd een opname in de kliniek bij Altrecht Senior. Hier worden ouderen behandeld die stemmings-, angst- of persoonlijkheidsstoornissen hebben.

Weer nuttig voelen

“Het ging niet direct beter met me”, vertelt Hans. “Sterker nog, ik zakte eerst nog verder weg, omdat ik me schuldig voelde naar iedereen, vooral naar mijn vrouw. Huilen deed ik, niets anders dan huilen. Ik voelde me geen mens meer. Ik was totaal overgeleverd aan dat beest dat depressie heet. Maar de mensen bij Altrecht kennen dat beest en wisten hoe ze me moesten helpen om het te verslaan. Ik kreeg medicijnen en veel, heel veel gesprekken. Ik mocht niet in bed blijven, ze zorgden ervoor dat ik me weer nuttig ging voelen als ik hielp met tafel dekken of koffie zetten. Ze hebben me geleerd om van kleine dingen weer een succes te maken en ze hebben me geholpen mezelf weer te vinden. Toen het wat beter met me ging, kon ik in de weekenden naar huis. Ik kon mijn grote hobby’s, tuinieren en koken, weer een beetje oppakken en na een jaar was ik zover dat ik weer thuis kon wonen.”

Toch bleef het beest niet weg en had Hans een jaar later opnieuw hulp nodig. Zijn derde behandelperiode van een paar maanden zit er net op. Die kreeg hij van de afdeling die ambulante hulp biedt, zodat Hans thuis kon blijven wonen.

Je moet het zelf doen

“Je hoort mensen zo vaak en gemakkelijk zeggen dat ze even wat depressief zijn, maar geloof me: een échte depressie is het laatste wat je wilt. Voor jezelf, maar ook voor je omgeving. Als alle kleur weg is en alles wat je normaal leuk vindt niet meer leuk is, als ieder geluid er één teveel is… Waarom zou je dan nog verder leven? Ik ben de mensen bij Altrecht heel dankbaar. Zonder hen was ik er nooit uitgekomen. Uiteindelijk moet je het zelf doen, maar zonder hen had ik niet geweten waar ik moest beginnen. Ik herkende mezelf niet meer. Dat werkt zó verlammend dat je net zo lief van het dak springt. Gelukkig heb ik dat niet gedaan. Maar ik blijf bang voor de dag dat de depressie weer terugkomt. De ene dag gaat het beter dan de andere. Ik durf verder te leven in de wetenschap dat Altrecht ‘om de hoek is’ als het nodig is. Samen met hen – en de pillen die ik de rest van mijn leven zal slikken – kan ik het gevecht aan. Maar de glans… ja, die is eraf!”