“Een continu gevecht met mezelf: minder is het niet!”

Peter (45):  “Terugkijkend heb ik altijd al wel dwangmatige trekjes gehad. Ik heb herinneringen aan mezelf, als brugklasser, waarin ik oeverloos mijn schooltas controleerde, maar ook de gymles echt van me af moest schrobben: zó vies vond ik dat! Maar op de één of andere manier is de problematiek in het afgelopen jaar onleefbaar geworden. Al op het ziekbed van mijn moeder merkte ik, dat ik vrij extreem alles wilde schoonmaken wat met haar in contact was geweest. Alsof kanker besmettelijk is. Rationeel weet je dat het niet klopt, maar je dag komt volledig in het teken te staan van dingen die je niet wilt. In mijn geval: handen wassen, kleren wassen. En dat gaat van kwaad tot erger: de stang in de bus is natuurlijk vreselijk vies, dus ging ik niet meer met de bus. Ik werd steeds banger voor stof en vuil van de straat en moest – als ik mijn huis binnenkwam- eerst met verschillende middelen mijn schoenzolen desinfecteren. Als ik de boodschappen moest opruimen, moest iedere verpakking eerst door een sopje. Na een half jaar kwam ik in problemen op mijn werk. Ik ben monteur en kom bij de mensen thuis. Dus na ieder bezoek had ik tijd nodig om alle opgedane viezigheid te verwijderen. Ik moest onder ogen zien dat ik mijn baan zou kwijtraken als er niets gebeurde. Zo kwam ik terecht bij het Angstcentrum.
Zij zijn begonnen met medicijnen, zodat ik iets rustiger werd, en ging ik meedoen in een groep. Met name de individuele therapieën die daarna volgden hebben me geleerd dat er heel veel aannames in mijn hoofd zitten. Mijn behandeling is erop gericht om deze aannames te verminderen, met het doel dat ik meer contacten ga opdoen. Dat wil ik echt, want ondertussen leef ik een knap geïsoleerd leven. Ik vind de behandeling echt pittig, maar zet belangrijke stappen. Het is echt een gevecht met mezelf!”