AUT there

Van mijn vroege kinderjaren meen ik mij te herinneren dat ik gelukkig was. Ik kon in mijn eentje in de tuin spelen. Of met buurkinderen op straat. Ik hoefde niet veel te kiezen. Dat deed mijn moeder voor me.

De onbezorgde jeugd verdween toen ik naar school moest. Daar werden keuzes voor me gemaakt die ik helemaal niet kon plaatsen, en mij geregeld slecht vielen. En dan al die andere kinderen waar je rekening mee moest houden! Ik creëerde een schulp om in terug te trekken. En daar ben ik het grootste deel van mijn leven gebleven. Veel van wat ik aan nieuwe ervaringen opdeed, begreep ik niet. Ik ontwikkelde een analytische geest, om de wereld om mij heen te kunnen duiden.

Pas toen ik de 35 gepasseerd was, viel het me op hoeveel tijd ik doorbracht in een omgeving die me vijandig voor kwam: kleuterschool, lagere school, middelbare school, universiteit, werk. Altijd maar aanpassen. Altijd gewenst gedrag proberen te tonen. En dan nog viel dat verkeerd. Ik was steeds weer verbaasd over de vijandigheid die ik ontmoette. Mensen die feiten gingen verdraaien tot ze mij fout gedrag in de schoenen konden schuiven. Wat vaak gepaard ging met boosheid van hun kant. Waar ik al helemaal niets van begreep. Hoezo zijn jullie boos? IK ben degene die reden heeft om boos te zijn! En zo ontstond een onbegrepen, boze, angstige, teruggetrokken autist die wel beter wist dan zich bloot te geven. Met de diepgewortelde overtuiging dat je helemaal niets voor niets krijgt.

Ook op relationeel gebied ging dat zo. Ik begreep niet hoe dat werkte: verkering krijgen. Hoe kregen die anderen toch de vrouwen in bed? Wat ik ook probeerde, het lukte me niet. Contactadvertenties, huwelijksbureau’s, singles avond, singles beurs, datingsites; als ik er al vrouwen door ontmoette, kon ik maar geen contact met ze krijgen. Het leek eerder een keuring. Die ik meestal niet doorstond. Mijn eerste succes op het romantische vlak boekte ik met een mengeling van Cyrano de Bergerac en romantische films die ik op tv gezien had. Na-aperij. Ik begreep niet waarom ze het uit maakte, maar was er blij om, want we hadden werkelijk niets gemeen.

Scholing liep stuk, werk liep stuk, pogingen tot relaties liepen stuk. En de vooruitzichten werden steeds somberder. Ik kan niet beschrijven hoe vreemd het was om te ervaren dat de vrouw die ik op onze eerste date vertelde van de behandelingen die ik allemaal had ondergaan, en mijn opname in een psychiatrisch ziekenhuis, verliefd op mij werd en later met me is getrouwd. Die zegt dat ik door de diagnose autisme niet anders ben. Maar hoe ben ik dan? Buiten de verlossende diagnose autisme heb ik dat nog steeds niet helder. En die diagnose wordt niet door iedereen geaccepteerd. Als ik me een voorstelling probeer te maken van wat ik het liefst zou willen, klopt dat niet met hoe ik me gedraag. Wenselijk gedrag vertonen is een tweede natuur geworden. Gedreven door de angst dat als ik me niet wenselijk gedraag, mij dat dubbel en dwars betaald gezet zal worden.

Ik heb tweederde van mijn leven achter de rug, waarvan ongeveer de helft aan opvoeding en opleiding. Zou het met die overige 30% nog wat kunnen worden? Ik durf het niet te hopen. Want daarvoor ben ik afhankelijk van de mensen die ik niet begrijp; die zo onvoorspelbaar en onvoorstelbaar uit de hoek kunnen komen. En die wel wat anders aan hun hoofd hebben dan mijn persoonlijke ontwikkeling, op een tijd in het leven dat normale mensen die al lang hebben afgerond.