Vergeven en vergeten

2 maart 2017Geschreven door: AutiBert

Ik vergeet een boel, maar vergeef bijna niets. Dat maakt het leven niet makkelijk.

Vanmorgen stond ik onder de douche weer te schelden op mensen die mij bijzonder klootzakkerig hebben behandeld. Jaren geleden. Je zou denken dat zoiets slijt. Maar dat doet het nauwelijks. Ik kan het voor enige tijd vergeten. En dan opeens is het er weer. En ben ik weer bijna net zo boos. Dan sta ik —onder de douche of tijdens een wandeling — ze van repliek te dienen op een manier die zich in het echt nooit heeft voorgedaan. Omdat ik zo overrompeld was door hoe achterbaks en gemeen ze waren, en ik het echt helemaal niet had zien aan komen. Wat een relaxte dag had kunnen zijn, levert dan meteen verhoogde bloeddruk, spanning in mijn lijf, en boosheid die veel plezier onmogelijk maakt. Dan moet het weer slijten. Dat duurt soms minder dan een dag, soms meerdere dagen.

Mijzelf vergeef ik ook niks. Fouten die ik heb gemaakt, en dat zijn er helaas veel, blijven in mijn ogen fout. “Mijn eigen stomme schuld”. Dat ik daarmee moet leven, betekent voor mij niet dat ik het mezelf vergeef. Het betekent dat ook dit soort dingen tot mijn dood zo af en toe (als ik oud ben waarschijnlijk vaker) weer in mijn bewustzijn komt en ik me opnieuw vreselijk schuldig, stom en/of onverantwoordelijk voel voor wat ik heb gedaan of nagelaten. Zo is er die keer dat ik op een perron van station Utrecht Centraal stond te wachten en ik langs de snackbar liep. Of hoe heetten die kleine winkeltjes op de perrons waar je voedsel kon kopen…. Ik overwoog iets te nemen, maar toen ik de prijzen zag, wist ik meteen dat ik dat er niet voor over had. (Nu wordt het voor mij al moeilijk om verder te schrijven, omdat de gebeurtenis opnieuw gaat leven.) Een andere perrongast nam een ander besluit en liep naar het uitgiftepunt om iets te bestellen. Nou heb je in dat soort gevallen maar beperkte tijd. Je staat op een trein te wachten. Achterin het snackwinkeltje was iemand te zien die wat heen en weer liep. Ook was te zien dat hij de man met Down syndroom bij zijn uitgiftepunt had gespot. In plaats van naar voren te komen om diens bestelling in behandeling te nemen, bleef hij met dozen slepen. En niet eventjes ook. Ik voelde boosheid in mij op komen. Waarom kwam die man niet helpen? Ik vond dat ik er wat van moest zeggen. Het voelde alsof hij misbruik maakte van de onmondigheid van zijn klant. Die vriendelijke, ingetogen, afwachtende klant verdiende het niet om zo behandeld te worden. Toch kwam er geen woord over mijn lippen. Zoals waarschijnlijk ook niet zou zijn gebeurd als ik daar zelf had gestaan. Maar nu had ik toch echt de plicht om op te komen voor deze zwakkere in de samenleving die zo slecht behandeld werd. En ik deed niets dan kijken en het zien gebeuren.

Mijn trein kwam, ik stapte in en reed weg. Ik heb de man met Down syndroom niet geholpen zien worden. En nooit heb ik mijzelf vergeven niet voor hem te zijn opgekomen. Dat had ik moeten doen. Dat was mijn plicht. En niets doet daar aan af.

Dat is een schuld die ik niet kan inlossen. Door op andere momenten mensen wel te hulp te komen, kan ik me misschien voorhouden niet door en door slecht te zijn. Maar dat ik toen niets deed, blijft onvergeeflijk. Ik kan dat immers niet meer veranderen. Mijn inactiviteit van toen blijft voor altijd in de geschiedenis gevangen. En omdat ik me weldegelijk bewust was van wat er mis was en wat ik had moeten doen, blijft dat onvergeeflijk.

Er zijn mensen geweest die zeiden dat ik te hard voor mezelf ben. Ik weet het nog zonet niet. Misschien hoef ik niet zo vaak mijzelf te verwijten wat ik allemaal fout heb gedaan. Maar eigenlijk vind ik dat anderen zichzelf veel te weinig verwijten maken. Wanneer ze iemand slecht hebben behandeld. Wanneer ze zich anders hadden moeten gedragen.

Eén “troost”: zij mogen het zich dan niet kwalijk nemen, ik neem het hen weldegelijk kwalijk. Voor altijd. En zal het ook nooit vergeven. Hooguit vergeten.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *