Dissociëren

9 augustus 2018Geschreven door: Sofie

Wanneer je in de bioscoop een film van twee uur hebt gekeken en dan naar buiten gaat. Je bent even gedesoriënteerd. Je ogen moeten zich weer aanpassen aan de overgang van donker naar licht. Je lichaam moet wennen aan het temperatuurverschil. En voor heel even is de overschakeling van film naar echte wereld groot…

Misschien dat ik het verschil tussen wel en niet dissociëren bij mezelf het beste zo kan beschrijven. Het gevoel alsof ik continu in een film zit en voor heel even wanneer ik weer terug schiet in mijn eigen lijf, de bioscoopzaal uitloop.

En dat is slopend. Een dissociatieve stoornis heeft me al die jaren op de been gehouden. Heeft ervoor gezorgd dat de meest traumatische dingen niet bewust werden meegemaakt. En schakelde de meeste gevoelens uit. Het was mijn redder in nood. Die jarenlange roes waar ik me in begaf. Alsof ik wekenlang slaapgebrek heb gehad en overdag gewoon mijn leven moest leiden. Het knikkenbollengevoel, wanneer je vecht tegen je slaap, maar je lijf nog andere dingen doet.

Het is een onderdeel van mijn CPTSS-klachten en moeilijk uit te leggen aan mensen die hier nooit mee te maken hebben gehad. Het is een beste vriend geworden die tevens mijn vijand is, want het houdt ook zoveel leven tegen. En toch heeft het me gered in de meest complexe situaties waar ik aan werd blootgesteld. Ik baal er alleen van dat het er nog is. Dat ik me vaak nog zo angstig en onveilig voel in situaties. Nog steeds dagelijks een gevecht lever tussen erbij blijven en me laten wegzakken in het dissociëren. Ik kan met mensen praten en zo normaal mogelijk over komen, en toch zit er vaak een barrière door deze klachten. Het heeft me vaak geholpen, maar merk ook dat het een deel van mijn grenzen vervaagt. Mijn gevoelens zo kan uitschakelen dat ik veel te kwetsbaar ben in de echte maatschappij. Dat ik dingen op de automatische piloot kan doen zonder dat een ander het merkt. En het maakt me alleen. Er wordt wel eens gezegd dat je beter een gebroken been kan hebben dan psychische dingen, want een gebroken been is zichtbaar. Ik ben het wel eens met deze uitspraak, maar zou er wel aan toe willen voegen dat ik ook graag meer mensen in mijn omgeving zou willen die verder kijken dan de schijn. Waarbij je niet echt iets zichtbaars hoeft te laten zien om ondersteund te worden en begrepen en serieus te worden genomen.
Het is een eenzaam gevecht, waarbij mensen vaak denken dat ik ze in de maling neem, omdat ze het niet aan me zien. Het niet begrijpen dat ik allang afgekeurd ben en zoveel meer van me verwachten dan ik aankan. Dat ik elke dag weer overschat wordt met het idee dat ik het allemaal wel alleen red. En dat gevoel van eenzaamheid zorgt er juist weer voor dat het dissociëren toeneemt.

Gelukkig is het niet meer zo erg als het was. Dat ik niet meer zo heftig dissociërend op straat liep dat ik mijn eigen huis niet meer herkende. En dat ik zo verwijderd was van mijn lijf dat ik maanden niet meer kon eten.

Maar ik zou willen dat ik wat normaler kan zijn. Dat ik gewoon weer terug mag schieten in mijn lijf. En het gevoel steeds meer mag ervaren dat ik na een lange vakantie weer terugkom in mijn eigen huis en omgeving. In dit geval weer na lange heimwee weer terugkeer in mijn lijf. Dat mijn hoofd en lijf goed met elkaar in verbinding mogen staan en ik mag ervaren dat het dissociëren niet meer nodig is om mijn dagelijks leven te leiden. Ik blijf hoop houden. En dat is soms het beste wat je kunt doen in moeilijke situaties. Hopen dat het beter wordt en keihard te knokken om er voor te zorgen dat het anders wordt.

3 reacties op “Dissociëren

  1. Ik heb ook al lang CPTSS. Fijn dat we hierin niet alleen staan en allebei hard werken om hier uiteindelijk ook weer vanaf te komen!

    Veel sterkte en succes; je kan het!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *