Ze kloppen geen van allen, maar we leven er wel bijna allemaal naar. Zo zijn we. Als je ons moet geloven, slaat de zomer slaat de winter met straatlengtes als het op levensvreugde aankomt.
Daarom jakkeren we in juli en augustus ook allemaal vanuit onze vaste woon- en verblijfplaatsen naar min of meer verre oorden om in een andere omgeving te laten zien hoe gelukkig we wel niet zijn. Als bewijs fotograferen we onszelf en onze naasten met een permanente gelukzalige grijns op het gezicht. Een jolige houding die opperste vreugde suggereert doet het ook altijd goed.
In werkelijkheid zijn we slaven van het seizoen: we moeten weg en ook nog eens allemaal tegelijk. De snelwegen zijn ontworpen om lange reeksen stilstaande auto’s optimaal in de brandend hete zon te laten bakken, en gedwee sluiten we aan in de rij. Het liefst met een caravan die ons dwingt 80 kilometer langzamer te rijden dan we eigenlijk zouden willen. Achterin zitten bij voorkeur drie kinderen in een leeftijd waarin ze veel energie kwijt moeten, en de haarscheuren in de relatie hebben zich tijdens de voorbereidende inpakactiviteiten al verwijd tot gapende valkuilen. Een vergeten zakje tentharingen is voldoende voor echtscheiding.
Wie niet met de auto gaat, vliegt in veewagens met vleugels waarin je kistkalveren nog niet onder zou brengen. Jongeren drinken zich een coma in tropische kustplaatsen, ouderen breken hun benen bij het beklimmen van bezienswaardigheden, waarvoor ze thuis nog geen teen zouden bewegen.
De achterblijvers overzien een sociale woestijn. Alles is leeg, verlaten, uitgestorven of wegens gebrek aan belangstelling gesloten. Verweesde hangjongeren scholen in hun eentje samen, het verenigingsleven ligt op z’n kont. Alleen in zwembaden heerst drukte. Tegen de tijd dat je aan de rand van het water staat, doen je tenen zeer van het trappen, je knieën en heupen pijn van het stoten, je ellebogen gloeien van het dringen en de knokkels zijn geschaafd van het terugstompen. Het frisse water is 23 graden vanwege iets te veel badplassers.
Zo blij zijn we nou in de zomer. Alleen met Kerst zijn we nog blijer.


