De eerste keer herinner ik me nog heel goed. Ik was net 17, uitgeput en ernstig depressief. Nagenoeg elke dag moest ik over een dijk naar de bushalte lopen. Op een avond voelde ik me naar het water onderaan de dijk toegetrokken. Dat was een pure doodswens. Mezelf verdrinken was een bijna onvermijdelijk eindpunt van de weg waarop ik was. Ik kon niet meer. Het was ook aanlokkelijk, voelde de trekbeweging in mij naar het water toe als een op de drempel gaan staan van een paradijs. Het gaf aan hoe weinig ik nog aan het leven hing. Toen ik anderhalf jaar later daadwerkelijk een zelfmoordpoging deed, was niet het water de plaats van executie. Ik was verhuisd en had geen water, dijk of brug voorhanden. Het paradijselijke ‘na dit afschuwelijke leven’ leek bereikbaar te zijn achter een hoop pillen. Ik had er alleen te weinig ingenomen.
De jaren daarna was het in de buurt zijn van water, bijvoorbeeld op een brug of dijk lopen, of aan de waterkant zitten een graadmeter voor de mate waarin ik het niet meer op kon brengen om te leven. Wanneer ik merkte dat ik naar het water toe gezogen werd, wist ik dat ik op moest letten. Dat ik moest proberen me meer aan het even te committeren. Uiteindelijk kwam dat altijd neer op contact zoeken met mijn medemensen. En dat is heel lang nagenoeg onmogelijk geweest. Door de combinatie van jeugd en autisme. Zo kan het naar het water toe gezogen worden zich versterken.
Dat kwam ook duidelijk naar voren toen ik voor klinische psychotherapie opgenomen was. Mijn grote angst en slechte aankijken werden niet serieus genomen. Omdat ik ondergewicht kreeg, werd ik al snel van de groepstherapieonderdelen uitgesloten. Het behandelteam ging er van uit dat ik expres gewicht verloor, terwijl ik door alle stress van het de hele dag in een groep functioneren plus het voldoen aan alle communicatie-eisen geen hap door mijn keel kreeg en daardoor zo afviel. Ik was niet in staat om over de situatie te communiceren. Opeens merkte ik dat ik suïcidale neigingen kreeg. Mijn graadmeter: de nabijheid van water. Het was gelukkig ook einde opname.
De afgelopen jaren heb ik de neiging om me te verdrinken eigenlijk niet gevoeld. Mijn depressies verdwenen. Maar de verbinding is er weer. Is het weer het op de oever zijn, een brug zien en er overheen lopen, en dat zo dicht bij mijn huis, dat het paradijs dichter bij lijkt te brengen. Een paradijs dat ik associeer met ‘eindelijk rust’, ‘niet meer aan alle eisen hoeven voldoen’ en ga zo maar door. Ik voel me namelijk doodop. Meer dan uitgeput en leeggezogen. Total loss eigenlijk.
Mijn afstudeerscriptie schrijf ik al een lange tijd op een laag tempo. Simpelweg omdat ik zo moe ben. Ik weet dat ik nog 7 weken de tijd heb. En ik voel dat ik niet weet hoe ik het voor elkaar moet krijgen. Ik zie het niet, voel ook geen overzicht. Daar komt bij dat ik het voor mijn gevoel niet meer op kan brengen om contact te houden met vriendinnen en familieleden, en om een relatie te onderhouden. Ook voel ik nauwelijks de mogelijkheid om me naar mijn omgeving verstaanbaar te maken. Door dit alles heen zit ook een groot en permanent gevoel van falen.
De brug en het water, zo vlak bij mijn huis, ze maken me weer duidelijk hoe onbeschrijfelijk moe ik ben, hoe in en in op ik ben, en hoe bijna onmogelijk het is om dit duidelijk te maken. Een hoop geworstel met al dat autisme. Ik voel de noodzaak om me te verbinden. Daarom ook deze blog…
Wereldmeisje


