Al tijden ben ik van plan om zijn gedachtegoed te populariseren, want deze kan voor ons moderne mensen van groot nut zijn.
Het centrale begrip in Abelard zijn denken is caritas, een Latijns woord voor ‘hoogachting’ en ‘liefde’, dat als meisjesnaam ‘lievend’ en ‘genadig’ betekent. Met de opkomst van het christendom wordt caritas vooral in de betekenis van ‘christelijke naastenliefde’ gebruikt. Volgens Abelard zou de caritas het leidend beginsel in het menselijk handelen moeten zijn. Zij is de goddelijke liefde, die samenvalt met de Wet, Wil en Goedheid van God. Het hoogste gebod in deze Wet, de kern van de caritas, vindt in de Bijbel uitdrukking in het dubbele liefdesgebod: heb God lief met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand, en heb je naaste lief zoals jezelf. Vandaar dat caritas voor christelijke naastenliefde staat.
Dit liefhebben van je naaste is een weerslag van de ‘Gulden Regel’. Deze leefregel is terug te vinden in alle grote wereldgodsdiensten, van de Indianen in Zuid- en Midden-Amerika, via de Christenen, Joden, Moslims in Europa en het Midden-Oosten, tot de Hindoestanen, Boeddhisten en Confucianisten in Azië. In deze regel gaat het erom dat je de ander dient te behandelen zoals jezelf ook behandeld wilt worden, en dus de ander niet iets aan moet doen wat je zelf ook niet aangedaan wilt worden. Zij is met recht een ‘gulden regel’ te noemen, want zij vormt een belangrijke leidraad in het morele handelen van mensen.
Nu na de verkiezingen de coalitieonderhandelingen begonnen zijn, lig ik letterlijk wakker van de zorgen. Hoe is het mogelijk dat zoveel Nederlanders (en ook christenen) stemmen op een partij, die stelselmatig groepen mensen uitsluit en wegzet op grond van hun religie, die bizarre maatregelen wil nemen die verdacht veel lijken op de eerste anti-joodse wetten in nazi-Duitsland en die een tweedeling in onze samenleving voorstaat? Hoe kan het dat zo veel mensen meegaan in een zo simplistische en ondoordachte vereenzelviging van islam, terreur, criminaliteit, onveiligheid en Marokkaanse jeugd? Het laat ook maar weer zien dat mensen doorgaans weinig van de geschiedenis leren.
Wat ik nog zorgelijker vind, is het openlijk geflirt van ‘rechtse’ partijen met de zo extreme partij die claimt de vrijheid te dienen. Slechts enkele partijleiders hebben de moed gehad om te zeggen dat zij op morele gronden niet met deze partij wil regeren. De twee belangrijkste partijen, die daar ook iets over hadden moeten zeggen, lieten dat volstrekt na. Onbegrijpelijk. Dat gegeven en de verkiezingsuitslag vormen in feite een weerslag van zorgelijke tendensen in onze maatschappij. Er heerst een klimaat van doorgeschoten individualisme, wantrouwen, en slachtofferschap, van afzetten en uitsluiten, en van veroordelen en ongenade. De medemens is verworden tot een potentiële vijand, tot een mens die alleen goed of fout kan zijn. Dit klimaat van negativisme is een keerzijde van de ontzuiling. Het weerspiegelt zich in een gebrek aan (reflectie op) een krachtig moreel handelen.
Vandaar ook dat ik de laatste weken veel moet denken aan Abelard, de caritas, het dubbele liefdesgebod en de Gulden Regel. Dan wens ik ons land toe dat we meer zouden kunnen handelen vanuit de naastenliefde, uitgaan van het goede in je medemens, en hem zo behandelen zoals je zelf ook graag behandeld zou willen worden. De caritas en het dubbelgebod openen de weg naar dialoog, naar een zich met elkaar verstaan en samen verder komen. Een contact ook dat de moeilijkheden en problemen kan benoemen en aanpakken. Dat is verantwoordelijk met elkaar omgaan. De dialoog aan willen gaan, betekent niet dat de ander geknuffeld en geaaid moet worden, en als kind of slachtoffer beschermd moet worden. Daarmee wordt de ander klein gemaakt en dat staat haaks op het drietal caritas, dubbelgebod en Gulden Regel, omdat deze de ander als gelijke veronderstelt. Geen religieus gebod voor gelovigen, maar een sociale opdracht voor alle mensen.
Ik wens ons land ook toe dat het zich meer rekenschap geeft van zijn culturele en religieuze geschiedenis. Neem bijvoorbeeld het Bijbelboek Leviticus. Hoewel het veel wetten en regels voor Joden bevat die vandaag de dag weinig mensen zullen en kunnen aanspreken, staan er de nodige nog relevante ethische richtlijnen in, bijvoorbeeld de volgende passage:
Je zult niet al stokend bij je medemensen rondgaan;
je zult niet blijven stilstaan als je naaste bloedt;
Je zult je broeder niet in je hart haten;
nee, wijs je maat met een terechtwijzing terecht, dan zul je geen zonde op hem laden.
Wreek je niet en koester geen wrok tegen de kinderen van je gemeenschap,-
liefhebben zul je je naaste, zoals jezelf!- (Lev.19: 16-18)
Deze passage illustreert hoe we onze culturele en religieuze bronnen kunnen raadplegen als inspiratie voor ons moreel handelen. Tot die bronnen behoort ook de geschiedenis van ons land en van Europa. Morele vorming kan niet zonder de lotgevallen van onze voorouders.
Ook in de GGZ, inclusief de relatie tussen hulpverlener en hulpvrager, heeft naar mijn smaak het klimaat van negativisme zijn weg gevonden. Niet in het afzetten, wantrouwen en goed/fout denken. Maar wel in de fixatie op diagnoses, medicijnen, te sterk afgegrensde zorgprogramma’s, en targets halen. Dat resulteert vaak in exclusieve behandelingen, die deelaspecten van cliënten aanpakken, zonder rekenschap te geven van hun totale zijn: geestelijk, lichamelijk, spiritueel en sociaal-economisch. Daar wringt ‘de tijd nemen voor’.
Ik wens de GGZ toe dat zij in haar wezen, dat de psychiatrische zorgverlening in haar basis meer ingegeven is door de triade van caritas, dubbele liefdesgebod en de Gulden Regel. Een van en met harte handelen, dat tevens in zijn morele dimensie gegrondvest is.
Ik wens ons allen toe, dat we alsjeblieft weer ‘lievend’ en ‘genadig’ met elkaar omgaan. Zoals de Sikhs ook zeggen en Abelard zou beamen: ‘zoals u zaait, zo zult u oogsten’.
Wereldmeisje


