Hipsters

28-5-2010 | 0 reactie(s)

Door Jef Nieuwenhuis

Toen mijn dochter hoorde dat ik naar de buurtsuper ging, vroeg ze of ik maandverband mee wilde nemen. “Hipsters” specificeerde ze haar bestelling. “Met lekvleugeltjes?’ informeerde ik nog, maar dat sloeg nergens op, zei ze met haar wenkbrauwen en mondhoeken. Ik ben de enige man in het gezin, en u merkt, dat wil de conversatie nogal feminiseren (‘vrouwenpraat” in gewoon Nederlands, “wijvenpraat” voor mannen onder elkaar).

In de supermarkt werd ik geconfronteerd met enkele strekkende meters maandelijks noodverband. Maar geen model Hipsters, vreesde ik na tien minuten vruchteloos zoeken.

Weer vijf minuten later speurden drie medewerksters samen met mij de verbanduitstalling af. Het moest er zijn, verzekerden ze me eendrachtig. “Kan ik niet gewoon maanverband voor tanga’s nemen?” vroeg ik, want ik werd het een beetje zat. Ik hoorde zelf hoe bizar het klonk, maar de dames (twee bijklussende huisvrouwen van middelbare leeftijd en een schoolgaande puber) verblikten of verbloosden niet, terwijl ze me uitlegden dat een hipster iets heel anders is.

Korte tijd later hadden we eindelijk succes. De smalle hipsterdoosjes waren naar de achtergrond gedrongen door de grote jongens van de belendende luiersectie. We deden net geen high five.

Al die tijd snelde geen Hoofd sectie Opzuigmaterialen of een Filiaalchef toe, om aan het opstootje een eind te maken. Niemand die een einde maakte aan deze ondoelmatige inzet van vakkenvullend personeel. Niemand die ingreep bij deze inefficiënte manier om het juiste product aan de consument te verstrekken. En dat alles in een filiaal van commercieel succesvol bedrijf. Ik werd geholpen en daar ging het blijkbaar om. Met twee medewerkers minder was ik waarschijnlijk uiteindelijk ook naar tevredenheid geholpen, maar ik voelde me nadrukkelijk koning klant.

Ongetwijfeld zal het wel te kort door de bocht zijn, maar ik vermoed dat als ik de bocht heel ruim neem, ik het nog steeds bizar vind dat wat bij de kruidenier kan, niet mogelijk is in een GGZ-instelling. Begrijp me goed, toen ik ooit uit de klinische zorg naar de polikliniek verkaste, leerde ik tot mijn verrassing dat een zekere inperking van gesprekstijd de kwaliteit van het gesprek ten goed kan komen.

Zo’n inperking moet echter geen dwangbuis zijn waarin alle noodzakelijke bewegingsruimte is weggesnoerd. Hoe meer mensen we kunnen helpen, hoe beter het is. Maar die hulp moet dan wel wat voorstellen.

Er is nog een andere kant. Ik werd geholpen door drie dames die hun werk met enig plezier leken te doen. Het feit dat ze de ruimte kregen om me op deze manier te helpen, lijkt me bij te dragen aan de arbeidsvreugde. Louter en alleen vakken vullen is niet de meest inspirerende bezigheid. Een man van middelbare leeftijd die maandverband Hipsters niet kan vinden, breekt de sleur.

In een GGZ-instelling is een hulpverlener die gevoel heeft dat hij zijn werk goed kan doen en dan het resultaat van zijn inspanningen zal beklijven, essentieel voor zowel diens arbeidsvreugde als diens vermogen om een cliënt op juiste wijze te bejegenen. Anders wordt het alleen maar vakken vullen.

Hipsters

vlinder
Home > Blogs > Jef Nieuwenhuis > Hipsters

Blogs