In theorie hebben we wel een idee wat ons gelukkig zou moeten maken: rijkdom, een goede relatie, roem, en dan nog het liefst in combinatie. Om dat te bereiken werken we ons suf, hollen van de ene naar de andere partner en lenen ons voor elk onbenullig straatinterview of vernederende spelletje om maar met ons hoofd op de televisie te komen. Helpt allemaal geen moer. Merkwaardig genoeg blijken de gelukkigste mensen in Nigeria te wonen, een van de armste landen in Afrika.
Het geheim van geluk is dat je het niet doelbewust na moet streven, maar er voor open moet staan. In de Griekse onderwereld was een man gestraft door hem vast te zetten in een vijver. Als hij zich bukte om te drinken, zakte het water. Als hij honger had en naar een appel boven zijn hoofd greep, dreef de wind de tak van de appelboom omhoog. In een vijver met een appelboom boven je hoofd, dorst en honger lijden. Gelukkig wordt je door er niet naar te graaien.
Binnen de GGZ streven we het maakbare (en daardoor verrekenbare) geluk na. Als we rijkdom, relatie en roem bij elkaar optellen krijgen we automatisch een gelukkig mens. Vertaling: als we zorgprogramma a, een vast aantal dagen en opgeleide professional b, bij elkaar optellen, levert dat een geholpen, tevreden cliënt op. Net zo min als geluk, laat ook geestelijk welbevinden zich echter boetseren. Wat we toegeworpen krijgen, is namelijk niet wat we vangen. Als ik een prachtige zonsondergang aan zee laat zien, kijken jullie wellicht alleen naar een te traag dalende rode bol terwijl je staat te vernikkelen van de kou vanwege de gure zeewind. Omgekeerd kan ook: ik blauwbekken en jullie genieten.
Soms dreigen we met onze maakbare GGZ, onze cliënt uit het oog te verliezen.
Het geheim van geluk is dat je het niet doelbewust na moet streven, maar er voor open moet staan. In de Griekse onderwereld was een man gestraft door hem vast te zetten in een vijver. Als hij zich bukte om te drinken, zakte het water. Als hij honger had en naar een appel boven zijn hoofd greep, dreef de wind de tak van de appelboom omhoog. In een vijver met een appelboom boven je hoofd, dorst en honger lijden. Gelukkig wordt je door er niet naar te graaien.
Binnen de GGZ streven we het maakbare (en daardoor verrekenbare) geluk na. Als we rijkdom, relatie en roem bij elkaar optellen krijgen we automatisch een gelukkig mens. Vertaling: als we zorgprogramma a, een vast aantal dagen en opgeleide professional b, bij elkaar optellen, levert dat een geholpen, tevreden cliënt op. Net zo min als geluk, laat ook geestelijk welbevinden zich echter boetseren. Wat we toegeworpen krijgen, is namelijk niet wat we vangen. Als ik een prachtige zonsondergang aan zee laat zien, kijken jullie wellicht alleen naar een te traag dalende rode bol terwijl je staat te vernikkelen van de kou vanwege de gure zeewind. Omgekeerd kan ook: ik blauwbekken en jullie genieten.
Soms dreigen we met onze maakbare GGZ, onze cliënt uit het oog te verliezen.


