Wat het handboek autisme wel leert, is dat autistische mensen een contact-probleem hebben. Ze maken niet of anders contact, bijvoorbeeld. De wijze waarop handboeken in het verleden autisme beschreven, heeft er helaas toe bijgedragen dat in de algemene beeldvorming autistische mensen als contactgestoord gezien worden. Ze zouden raar doen in het contact, zich afzonderen van anderen, en geen (emotionele) wederkerigheid tonen. Omgekeerd is er een tendens om mensen met contactproblemen al gauw als autistisch te bestempelen. Het gebeurt nog steeds dat als ik mensen vertel van mijn autisme, dat ze denken dat het een fout moet zijn van de hulpverlening. Ze kunnen het niet rijmen met hoe ik ben in het contact. Dan moet ik hen bijna gaan overtuigen van mijn autisme. Daar wringt een schoen.
Het is een misvatting te denken dat autisten geen (emotioneel) contact zouden willen, en om die reden zich terugtrekken uit contact en beperkt contact zoeken. Het is ook een misvatting dat autisten geen emoties hebben of de emoties van anderen niet kunnen lezen, voelen en beantwoorden. Ik wil niet gaan beweren dat er geen problemen zijn in het contact met anderen. Autisten hebben daarin wel degelijk forse problemen. Maar autisme is geen contactstoornis, autisten zijn niet primair contactgestoord. De contactproblemen zijn terug te voeren op een andere informatieverwerking in de hersenen. Vandaar dat autisme steeds meer als een informatie-verwerkingsstoornis wordt gezien. En soms denk ik wel eens, dat het beter is om te spreken van een ‘zintuiglijke integratiestoornis’, of van een ‘zintuiglijke ontwikkelingsstoornis’. Door het groeiende inzicht in mijn eigen autisme, en door de gesprekken met andere autisten, krijg ik steeds meer het idee dat het bij de zintuigen mis gaat. Autisten lijken zeer extreem hooggevoelig te zijn, in horen en zien, in aanraken, en in ruiken en proeven. Alle informatie in het dagelijks leven komt via de zintuigen het systeem van een persoon binnen. Doordat die zintuigen bij een autist zo extreem hooggevoelig zijn, als het ware maximaal openstaan voor indrukken, komt er buitengewoon veel informatie binnen. En zie dat maar eens goed te verwerken!
Zo valt het op dat volwassenen met autisme vaak zeggen en schrijven dat ze de ander niet bij kunnen benen. Voordat een autist alle informatie van de ander verwerkt heeft, en met een reactie kan komen, is die ander al weer twee stappen verder, met al weer nieuwe informatie. En zo loopt hij of zij als gauw achter de feiten aan. Daardoor lijkt het voor de omgeving alsof de autist niet op contact gericht is, en niet emotioneel wederkerig is. Hij of zij kan traag overkomen, of zelfs als lui gezien worden. En zo ontstaan nog wel meer misinterpretaties van de omgeving. En dat is tragisch, want het leidt tot onlustgevoelens bij de ander, de omgeving, en deze communiceert dit naar de autist, die vervolgens ook onlustgevoelens krijgt. En daardoor kan autistisch gedrag verergeren. Al gauw ontstaat dan een vicieuze cirkel.
De postkaart ‘CONTACT?!’ wil de autismeweek onder de aandacht brengen. Ik vind het een goed gekozen tekst om het thema ‘autisme en contact’ bespreekbaar te maken. Wat mij betreft gaat een dergelijk gesprek dan niet over de contactgestoorde autist, maar over het zintuiglijke probleem van autisten, en de vele misinterpretaties. En dan het liefst in gesprek mét autisten.
Wereldmeisje


