Want kijk hem daar eens achter de tafel zitten om zijn ROC-diploma te tekenen. Wat verlegen, maar overduidelijk dolgelukkig, glunderend. Een zaal vol met eveneens gediplomeerde klasgenoten, familie, vrienden; bloemen, tranen.
Zelfbewust zit hij daar, een jonge man die weet wat hij waard is, de wereld aan zijn voeten.
Hoe anders was dat toen hij jaren geleden in de kliniek werd opgenomen. Boos en tekort gedaan voelde hij zich. Aandacht eisen, maar er nooit genoeg aan hebben. Nabijheid verlangen, maar die niet verdragen. Roepend dat hij de wereld zou laten zien wat hij waard was als wij hem de kans maar wilden geven, maar zo onzeker over zijn eigen kunnen, zo onzeker. En dus zorgde hij voor heisa, heel veel heisa; dat kon hij als geen ander. Op dat ene gebied had hij aan zelfvertouwen geen gebrek, geen enkele rem ook. Agressie, vechtpartijen, zelfbeschadiging, hoog oplopende ruzies, schreeuwen, weglopen; ik herinner me een hele serie incidenten. ‘Persoonlijkheidsstoornis’, ‘borderline’.
Wat heeft hij sindsdien een werk verzet, wat een taaie volhouder. Een duidelijk voorbeeld ook van het gegeven dat je in een leven met veel tegenslagen vooral mensen nodig hebt die in je geloven, die je helpen en aanmoedigen bij je huiswerkopdrachten, die meehelpen als je moet verhuizen, of je naar het ziekenhuis brengen als je daar zijn moet. Van die schijnbaar gewone dingen, die maken dat je uiteindelijk ook voorzichtig begint te geloven dat je de moeite waard bent, misschien.
Het verleden lijkt ver weg, maar ligt nog om de hoek. Kortgeleden was de paniek er nog, was hij ineens aan de telefoon. Examen gehaald, al een hele tijd een lieve vriendin, plannen om samen te gaan wonen, werk. “Ik kan me niet voorstellen dat de dingen goed blijven gaan. Nu kan het alleen maar bergaf”. Nachtmerries had hij ervan.
Maar hier zit hij nu te zwaaien naar zijn ‘fans’ in de zaal. Heisa is er niet gekomen. “Gewoon rustig adem blijven halen”, zei zijn vriendin. Goed advies.
Reageren op deze blog?
Gebruik dan dit formulier.

