Neem nu het elektronisch patiëntendossier. Het ministerie van Volksgezondheid zag met een groots opgezet elektronisch dossiernetwerk ongekende mogelijkheden voor snelle accurate zorg op welke plek dan ook. Als ik vanuit Utrecht tijdens een dagje uit naar de Efteling in de wildwaterbaan val en half verdrink, dan kan de arts met enkele klikken te weten komen of ik wellicht suikerziekte heb of depressief ben. Handig, gemakkelijk en wellicht levensreddend, volgens het ministerie.
Niet iedereen denkt er zo over. Bijna een half miljoen Nederlanders heeft al duidelijk gemaakt geen onderdeel van zo’n systeem te willen zijn. Ongetwijfeld wordt de weerzin vooral bepaald door het gevoel dat daarmee allerlei vertrouwelijke informatie wel erg makkelijk toegankelijk wordt. Als GGZ-instelling hebben we met vallen en opstaan moeten leren hoe je de toegang tot een dossier daadwerkelijk kunt beperken tot een zinvol aantal betrokken lezers. Kun je nagaan hoe dat met een landelijk systeem zal zijn. De elektronische snelweg kent veel meer op- en afritten dan de wegenbouwers beseffen. Een computer is een binaire gatenkaas. Een garantie voor vertrouwelijkheid stelt met het groeien van de groep potentiële gebruikers steeds minder voor.
Aan de andere kant is een snelle hulpverlening gebaat bij goede informatietoegankelijkheid. Het EPD is net een autogordel. Hinderlijk in het dagelijks gebruik, maar verdomt handig bij een frontale botsing. Het is maar waar je voor kiest. Wat de gordel betreft, heeft de overheid al voor ons gekozen. Met het EPD zal dat waarschijnlijk net zo gaan.
Eerlijk gezegd, is het lood om oud ijzer. Gisteren werd ik gebeld door een gladde verkoper die blijkbaar wist bij welke elektriciteitsmaatschappij ik zat, welk omroepblad ik las en welke jam ik ’s morgens op mijn brood smeer. Ook zonder EPD ligt mijn hebben en houden al op de elektronische straat.
Reageren op deze blog?
Gebruik dan dit formulier.

