Het begon aan het einde van de basisschool. De kleur uit mijn leven ging weg, en ik trok me terug. In de vele boeken, in de zorg voor mijn kleine zusjes. Het gebeurde ongemerkt, en achteraf, als gevolg van het steeds meer missen van aansluiting met leeftijdsgenoten, nare dingen die thuis gebeurden, en het begin van een lange pestperiode. Het werden jaren waarin het grijze en grauwe, gitzwart werd, en de angst voor de ander extreme proporties aannam. Ik leefde in een verschrikkelijke angst, thuis, en buitenshuis. Overal gierde de angst door mijn lichaam. Vooral door mijn hoofd.
Ik probeerde mijn angsten te bezweren met extreem dwanggedrag. Als ik naar bed ging, moesten mijn knuffels perfect liggen, rond en op mijn kussen, als bescherming ook. Vele voorwerpen moesten precies goed gezet worden, altijd moest ik er vijf keer over doen. En zoveel gebeden, tussen alle bushaltes in, op weg naar en terug van school, Alles tot in het foutloze.
Maar bovenal probeerde ik een goed kind te zijn. In mijn beleving overkwam mij al die narigheid in het leven omdat ik gestraft moest worden voor mijn slechtheid. Ik was een slecht kind. En daarom gebeurde thuis en buitenshuis wat er gebeurde. Ik mocht me niet fijn voelen, geen geluk hebben, geen vriendinnetjes. De absolute eenzaamheid was mijn straf.
Ik had mijn rechten verspeeld.
Dat mijn eerste dieptepunt ‘pas’ op mijn 18e kwam, is eigenlijk verwonderlijk. Ik had het veel langer uitgehouden dan menselijk was. Ik had de hel die mijn leven was geworden tot mijn 18e verdragen. Maar toen kwam de dag dat ik voelde: ik ben op, vandaag is de dag aangebroken dat mijn leven ophoudt. Muziek die me een gevoel van verbondenheid gaf met het heilige, een potje pillen in mijn lijf. Daar ga ik, dacht ik.
Het liep anders. Het leek beter te gaan. Tot duidelijk werd hoe getraumatiseerd ik wel niet was. Ik crashte in mijn therapie, en belandde in een nieuwe hel, vol crises, vol eindeloze en ondragelijke minuten. Ook dat ging voorbij. Wonder boven wonder. Ik kwam de goede mensen tegen, er kwamen aanknopingspunten om te leren leven. Om te gáán leven.
De angst voor terugval heeft me echter nooit verlaten. Die gitzwarte donkerte, waar het onmogelijk vertoeven is. Wat niets van doen heeft met ‘leren verdragen van’, want het is niet te verdragen. Het is onmenselijk. Het is op zichzelf al traumatiserend. Geen hel is leefbaar.
De laatste weken… ik voel weer zoveel grauw en grijs, dat donkere, het huilerige in mij. Daar klopt de angst weer op de deur. De angst voor achteruitgang, voor terugval.
Hoe weet ik of ik me geen zorgen om mijzelf moet maken?
Gaat het weer voorbij? Gaat het echt weer voorbij?
Wereldmeisje
Reageren op deze blog?
Gebruik dan dit formulier.

