Daarom zijn er ook veel meetinstrumenten. Je hebt manieren om waardering te meten, voortgang te scoren of behaalde resultaten te toetsen.
Wie in behandeling is, krijgt er vroeger of later mee te maken. Meestal allebei. Instellingen doen dat niet alleen voor zichzelf en de klanten die in behandeling zijn, maar ook voor de zorgverzekeraars en de buitenwereld in het algemeen. Net zoals je testen hebt waaruit blijkt dat de auto van merk A bij een botsing veiliger is dan een auto van merk B, zijn er ook onderzoeksresultaten zodat je Altrecht kunt vergelijken met een andere GGZ-instelling. Je kunt uitzoeken of Altrecht korter over een bepaalde behandeling doet dan Parnassia. Ook is terug te vinden waar de cliënten het meest tevreden waren over de behandeling. Soms komt een ziekenhuis of instelling met zulke resultaten in het nieuws.
Het is op zich wel mooi dat je kunt vergelijken. Maar ook al is de Albert Heijn om de hoek duurder is dan de Plus tien straten verderop, toch ga je, als de melk op is, eerder naar de dichtstbijzijnde supermarkt. Kunnen kiezen is mooi, maar gelijke keuzes bestaan zelden. Talloze bijzaken zijn van invloed op ons uiteindelijke besluit. Is dat waar ziekenhuizen mee pronken, ook echt datgene dat de patiënt laat meewegen in zijn keuze? In extreme gevallen wel.
In het verleden had je echt ziekenhuizen met een slechte naam. Tegenwoordig zijn alle instellingen aan talloze regels en kwaliteitscriteria gebonden. De ene instelling scoort een 7 waar de andere een 7,5 haalt. Als de familie makkelijker ziekenhuis A kan bereiken als ze op bezoek willen komen, dan maal je niet om een half punt. Als serieus aan kwaliteitscontrole en -verbetering wordt gedaan, dan is vergelijkend onderzoek eigenlijk een overbodige luxe in een tijd waarin soberheid gepredikt wordt.


