We noemen jongeren competent wanneer ze in het dagelijks leven over voldoende vaardigheden beschikken om hun ontwikkelingstaken op adequate wijze te kunnen vervullen. Ontwikkelingstaken gaan samen met veranderingen die op biologisch, psychisch en sociaal gebied plaatsvinden bij het ouder worden. Van een jongere van zestien jaar wordt iets anders verwacht dan van een volwassene.
Disbalans
Competentie is een balans tussen ontwikkelingstaken en vaardigheden. In het ideale geval beschikt de jongere over de benodigde vaardigheden om zich leeftijdsadequaat te kunnen ontwikkelen. Bij de jongeren waarmee wij werken, is die balans verstoord. De jongeren van Barentsz ontwikkelen zich vanwege stoornissen, gedrags- en ontwikkelingsproblemen niet zoals hun leeftijdsgenoten.
In het kort staat het SCM voor het in evenwicht brengen van taken en vaardigheden waar jongeren in het dagelijkse leven voor staan.
Zelfstandigheid
Jongeren leren meer wanneer ze horen wat ze goed doen, dan wanneer ze horen wat ze niet goed doen. Dat is de centrale gedachte van het SCM.
Op Barentsz leren we de jongeren omgaan met (veranderende) relaties in het gezin, met regels, gezag en instanties. Onze jongeren moeten leren de mogelijkheden en beperkingen van hun psychiatrische probleem te hanteren. We leren hen sociale contacten en vriendschappen te onderhouden, omgaan met seksualiteit en intimiteit en zorgen voor gezondheid en uiterlijk. Wij stimuleren hen deel te nemen aan school en toe te werken naar een diploma of werk en een zinvolle vrije tijdsbesteding. We bereiden hen voor op zelfstandigheid en begeleiden bij het vinden van een goede woonplek.
Vaardigheden
In de eerste fase van opname bij Barentsz gaat het voornamelijk om praktische vaardigheden zoals het volgen van een dagstructuur, zelfverzorging en houden aan afspraken. In een latere fase wordt gewerkt aan vaardigheden specifiek gericht op de problematiek van de jongere. Sociale vaardigheden bijvoorbeeld, omgaan met autoriteit en met boosheid.
Het aanleren van vaardigheden gebeurt in een normale dagstructuur. De sociotherapeuten geven feedback op het gedrag van de jongere in alledaagse situaties. Wekelijks voeren zij mentorgesprekken met de jongeren over onderwerpen die passen bij de situatie van de jongere. Feedback op het directe gedrag en praten over de achterliggende denkbeelden, zijn belangrijke ingrediënten voor gedragsveranderingen.
In een notendop
Het SCM draait om:
• Het versterken van krachten in de jongeren en/of hun omgeving
• Een positieve benadering van de jongeren
• Aanleren van nieuw gedrag, in plaats van afleren van negatief gedrag
• Aanspreken op mogelijkheden, niet op problemen


