De vraag die mij boeit is: op wie en wat valt mijn partner dan? werd en is ze verliefd op mij de autiste? Of op mij, die toevallig een vorm van autisme heeft? Als ik haar de vraag voorleg, zal ze zonder twijfel voor het laatste kiezen. En dat is niet omdat het vriendelijker klinkt.
Ze zal mijn eigenschappen die haar aantrekken opnoemen, en ze zal beginnen over mijn uitstraling. In haar formulering zal ze op geen enkel moment iets noemen wat direct betrekking heeft op mijn autistisch zijn. Zo zal ze beginnen over lief, sociaal, spontaan, eerlijk, bescheiden en intelligent. Mijn uitstraling zal ze als een combinatie van vrolijk, grappig en mooi omschrijven. Ze zal voortdurend over mijn identiteit praten. Waar blijft nu ik de fulltime autiste? Want identiteit is toch ook fulltime?
En het zal u al duidelijk worden waar ik naar toe wil: jezelf of een ander definiëren als autist wordt zo wel heel problematisch. Ik weet zeker dat u van mij nu een beter beeld hebt, omdat ik mijn eigenschappen genoemd heb, en iets over mijn uitstraling, en dat zijn zaken die u op allerlei momenten in uw contact met mij terug ziet komen. De term autist daarentegen benoemt maar een aspect van mijn zijn, namelijk mijn autistische kant, mijn autistische zijn, want anders functionerende hersenen. En dat brengt mij bij het volgende.
Stel: u wordt voorbereid op een ontmoeting met mij. En u krijgt het volgende door: u ontmoet straks een 28jarige hoogintelligente autiste met serieuze problemen op dat en dat vlak. Wat zou u dan gaan doen zodra ik de ruimte betreed waar wij elkaar ontmoeten? In ons contact letten op mijn autistische kant? Of mij in alle openheid als mens leren kennen, met mijn lief, sociaal en eerlijk zijn en authentieke uitstraling, en daarbij in uw achterhoofd houden dat ik ook een autistische kant heb? En via welke weg doet u het meeste recht aan mijn identiteit?
Beantwoordt u deze retorische maar buitengewoon relevante vragen maar.


