Gisterenavond begon een van de deelnemers over goed voetbal, waarop zich een discussie ontspon over wat nu eigenlijk de definitie is van goed voetbal. Het mooie daarvan was, dat duidelijk werd hoe subjectief zo’n beschrijving is. Volgens de een was goed voetbal een mooi opgezette aanval met veel betrokken spelers, volgens een ander de individuele acties. Het aardige is, dat beide kampen gelijk kunnen hebben. Voetbal is namelijk beleving en net zo subjectief als welbevinden of geluk.
Als een cliënt tevreden is over de hulp die hem of haar door Altrecht geboden is, dan kan dat liggen aan het goed ingespeelde behandelteam, maar net zo goed aan de individuele klasse van de behandelaar die bij de cliënt betrokken is, of zelfs het vermogen van de cliënt om optimaal van het aanbod te profiteren. Een kwaliteitssysteem is niets ander dan een verzameling maatregelen die de kans op succes zo groot mogelijk moet maken. Of dat succes er komt, wordt uiteindelijk bepaald door wat een behandelteam, een individuele behandelaar of een cliënt met de gecreëerde mogelijkheden doet.
Het kan bij voetbal best zijn dat een prachtig opgebouwde aanval mislukt omdat de laatste speler hopeloos over de bal struikelt. Een schitterende aanval kan ook eindigen in een prachtige redding van de keeper van de tegenpartij. Een goed aanval leidt niet altijd tot een doelpunt. Net zo goed als een goed kwaliteitssysteem niet garandeert dat iedereen met een hulpvraag ook het juiste antwoord vindt. Vanuit die gedachte is ook duidelijk dat er binnen een gecertificeerde instelling best dingen verkeerd kunnen gaan. Die kans is alleen zo klein mogelijk gemaakt. Uiteindelijk is alles mensenwerk en elk mens heeft zijn eigen definitie van succes. Net zoals elke commentator zijn eigen definitie heeft van goed voetbal. Daarom raken mannen ook nooit uitgepraat over sport. En als het goed is raken we daarom ook nooit uitgepraat over hulpverlening.


