Een onschuldige verslaving omdat het maar drie weken duurt. In de bergetappe van gisteren slaat een Spaanse renner een flink gat tussen hem en de concurrenten. Na zijn ritwinst en het veroveren van de gele trui, wordt hij veelvuldig geïnterviewd en uitbundig geprezen. Terecht. 50 minuten later passeert een Nederlandse coureur de finishlijn.
Al dagen lang heeft hij moeite met de bergen. Bij elkaar zit hij al twee uur langer op de fiets dan de gele truidrager. Terwijl hij halfdood op de stoeprand hangt uit te hijgen, wordt hij geïnterviewd. Op de achtergrond zijn nog de resten van het applaus en het gejuich te horen, waarmee hij aan de eindstreep werd begroet. Ook onderweg kreeg hij veel steun, weet jij naar adem snakkend uit te brengen. De interviewer toont zich onder de indruk. Terecht.
Toch is het merkwaardig. Zo’n 160 beroepsfietsers peddelen drie weken lang in hoog tempo Frankrijk en omgeving door. Allemaal moeten ze ongeveer dezelfde afstand afleggen. De knechten zelfs nog meer. Maar onze aandacht gaat vooral uit naar de snelste en de traagste.
We bewonderen de Spaanse atleet niet meer dan de Nederlandse doordouwer. We vergapen ons aan superieur gemak en bewonderenswaardig geworstel. Kwaliteit schuilt in uitersten. 158 wielrenners doen iets wat de meesten van ons nooit in hun leven zullen kunnen presteren, en het gaat aan onze achteloze blik voorbij. Wij zien alleen Contador en Van Hummel.
In de zorg wordt tevredenheid van cliënten gemeten. Wie wil er nou tevreden zijn! Oneindig geluk is wat we willen. En als dat niet mogelijk is dan moet onze ellende in ieder geval spectaculair en opmerkelijk zijn. In de allereerste plaats willen we gezien worden. De rest komt later wel.


