Wie tegenwoordig de bossen inloopt, kijkt zich de ogen uit. 40 jaar geleden werd door Staatsbosbeheer nog keurig tussen de bomen geharkt en geschoffeld. Vandaag de dag ligt alles maar een beetje voor de kat z’n kont te vergaan. Omgevallen bomen rotten onesthetisch weg en herfstblad van drie jaar geleden verkruimelt op het gemak naast en zelfs op het bospad.
Ook het gemiddelde gebergte is maar een rommelzooitje. Laten we eerlijk wezen. Alle rotsen staan schots en scheef door elkaar, er wordt geen enkele rekening gehouden met de juiste zichtlijnen en als je er wandelt, moet je soms met de handen steun zoeken! Je zou eigenlijk waarschuwingsbordjes moeten hebben: Attentie, natuurgevaar!
Merkwaardig genoeg kunnen we ontzettend van die ongeorganiseerde chaos genieten. Onze tuin is langs de meetlat aangelegd en in het gareel gewied, maar een willekeurige zonsondergang en een onverwacht overstekend hert, kunnen ons op slag in vervoering brengen. Chaos heeft namelijk zijn eigen vruchtbaarheid.
Bossen worden niet meer geruimd, omdat rottend hout een kraamkamer voor welig tierend leven is. Er is geen leven zonder dood, vreugde is nietsbetekenend zonder verdriet. Opwinding is het jonge broertje van ordentelijke dufheid. Als we goed willen zijn in wat we doen, moeten ordening en chaos in evenwicht met elkaar zijn. Protocollen en procedures zijn de geruststellende en beschermende kaders voor onze creativiteit. De cliënt heeft er houvast aan, voor de behandelaar is het het zwemvest. Het schuurt wat tegen de kin, maar het voorkomt verdrinken.


