Lampjespaniek

06-7-2009 | 0 reactie(s)

Door Jef Nieuwenhuis

Toen mijn vrouw voor haar werk door de regio reed, begon plotseling een lampje te branden. 'Op de display werd een storing voor het rechterachterwiel aangegeven.' vertelde ze tijdens het eten op boordwerktuigkundige toon en gaf de piepers door. 'Zou je straks de band bij kunnen vullen?' Zo gaat dat namelijk. Een motorblok plaatsen of een roestige uitlaat vervangen, kan elke vrouw nog wel. Maar technisch verfijnde klussen als een lamp verwisselen of een band op spanning brengen, zijn toch echt mannenwerk.

Later op de avond reed ik naar het benzinestation. Er hoefde bijna geen lucht bij en eerlijk gezegd zag de band er ook helemaal niet zacht uit. Op de terugweg ging het waarschuwingslichtje braaf uit.

Maar de volgende dag was het weer mis. Op weg van hot naar her zag mijn vrouw de vertrouwde waarschuwingsverlichting weer en kort daarna lichtte een extra platteband-ikoontje op. “De band is echt lek, Jef.” meldde ze ’s avonds en gaf de bloemkool door. “Kun je nog een keer bijvullen? Dan rij ik morgen langs de garage.” Op weg naar het pompstation besloot het extra lampje eerst uit te gaan en daarna weer te branden. Aan de band was weer niets bijzonder af te zien. Strak, mooi rond rubber.

Op de terug weg ging het helemaal mis. Aanvankelijk waren alle lichtjes aangenaam uit, maar na enkele minuten was het plots groot alarm. Naast de twee vertrouwde waarschuwingslichtjes sloeg ditmaal ook het STOP!-lampje aan. Alleen het luchtalarm ontbrak nog. Verzenuwd belde ik het thuisfront. “Alles is op tilt gesprongen! Straks lopen de assen vast en vliegt alles in de fik!” Sussend loodste mijn vrouw mij de laatste kilometers door. “Gewoon rustig blijven, Jef. Rij maar langzaam door.”

Eindelijk thuis ging ik gelijk aan de drank. Aan het wiel was nog steeds niets te zien. De volgende dag konden ze in de garage ook niets vinden. Ze noemden het een computerstoring. Waarschijnlijk een bezweringsformule want daarna geen eng lampje meer zien knipperen. Alles weer vertrouwt stabiel geel en rood.

Meten is weten. Hoe zijn de wachttijden, wat zijn de effecten, hoe is de tevredenheid en waar kan ik de behandeldoorlooptijd aflezen. Zinvol en nuttig, mits met bedachtzaamheid gehanteerd. Wie als een hypochonder om de haverklap de thermometer afleest, wordt vanzelf ziek. Hoe meer je registreert, hoe meer afwijkingen je constateert. Net zo lang tot je niet meer weet wat normaal en acceptabel is. Kwaliteit is matigheid.

Lampjespaniek

vlinder
Home > Blogs > Jef Nieuwenhuis > Lampjespaniek

Blogs