Gierend van het lachen vertelt ze hoe ze haar vader met Pasen een nep-ei voorzetten (net als vorig jaar en jaar daarvoor, begrijp ik van moeder) en vader daar was ingestonken (juist: net als vorig jaar en jaar daarvoor, en ongetwijfeld de komende jaren ook nog).
Maar ze oogt een stuk volwassener als ze uitlegt hoe ze een goede tante probeert te zijn voor haar jonge neefjes en nichtjes. En als ze mij probeert duidelijk te maken hoe naar ze zich voelde vorig jaar, in de periode na de dood van een groepsgenoot. Ze was erg in de war in die tijd, en de angst die ze voelde is haar kennelijk het beste bijgebleven. Met haar korte staccatozinnetjes wil ze bereiken dat ik het ook snap: “moet niet meer gebeuren!”
Dat was vorig jaar. Nu treft mij vooral hoezeer ze zich in haar element voelt. Ze is opgegroeid in een warm en vrolijk gezin, temidden van mensen die dol op haar zijn. En dat is haar aan te zien: als een koningin zit ze zichzelf bemind te weten, verheugd over de grote groep toehoorders: behalve moeder zijn ook haar persoonlijk begeleider en de orthopedagoog uit het wooncentrum meegekomen. Het paaseiverhaal was nog maar het begin:”Moet je horen……” En wij? Wij hangen aan haar lippen.


