Bij het begrip ‘kwaliteit’ is het zelfs nog een graadje erger. Zelfs een bijvoeglijk naamwoord zegt nog niet zo veel. De zin: “De zorginstelling levert goede kwaliteit” geeft nog geen enkele informatie over het goede van die kwaliteit. Dat is het vervelende, maar ook het mooie. Goede of slechte kwaliteit is namelijk wat we met elkaar afspreken dat goede of slechte kwaliteit is.
Als we vinden dat we de kwaliteit afmeten aan het effect van de behandeling dan kijken we naar heel andere andere resultaten dan wanneer de betaalbaarheid voorop staat. Dat geldt voor onszelf ook. Als we geld zat hebben omdat we van tante Agaath hebben geërfd of als enige in de straat de postcodeloterij hebben gewonnen, dan is onze eerste aanschaf een knalrode Ferrari, met sportuitlaat en oogstrelende vormgeving waarmee we onze welvaart ten toon kunnen spreiden. Kwaliteitseisen betreffen vormgeving, uitstraling en de tevredenheid van het jongentje in de man. Heeft de crisis ons ernstig getroffen en blijkt ons pensioen straks een stuk magerder uit te vallen, dan zijn onze kwaliteitseisen een stuk anders; lage aanschafprijs en zuinigheid in het gebruik.
Eigenlijk weten we nu niet zo goed hoe we kwaliteit moeten definiëren. De kosten moeten binnen de perken blijven want het geld groeit ons niet op de rug. Dat is al langer zo. We konden ook best wat interen. Wie het breed heeft laat het ook wat breder hangen. Maar nu de jurk/broek een paar keer is ingenomen, begint het toch wat te knellen. We willen namelijk wel hetzelfde blijven consumeren en vooral geen honger lijden. Oftewel: alles goed en wel met die betaalbare zorg, maar een behandeling moet wel iets opleveren. Het mag niet te veel kosten, maar het moet wel resultaat hebben.
Goede kwaliteit is voor een dubbeltje op de eerste rang kunnen zitten. Maar soms is goede kwaliteit voor een stuiver er in slagen dat iemand toch de voorstelling kan bijwonen. Zo lang we dat maar met elkaar hebben afgesproken. Dat is nu net het knelpunt. Het is lastig om het eens te worden. Wie gezond is wil weinig betalen, wie problemen heeft wil koste wat kost geholpen worden. Daar komen we alleen goed uit als iedereen een stem in de discussie heeft. De betaler, de deskundige, de overheid en bovenal de cliënt/patiënt.


