Er is me gevraagd om een procedure te schrijven voor het inwerken van nieuwe medewerkers. Na een aarzelend begin, kom ik lekker op gang. Op stoom gekomen, laat ik de nieuwbakken Altrechter van hot naar her hollen. Overal moeten belangwekkende en belangrijke mensen worden ontmoet. Tussen de kennismakingen door, voorzie ik de stakker van allerlei gewichtige documenten zoals Gedragsregels in het personeelsrestaurant en Hoe overleef ik de inwerkperiode. Voor ik het in de gaten heb, komt de nieuweling pas na een maand aan zijn eerste echte werkdag toe. Tenminste, als hij op dat moment niet overspannen is.
Met tegenzin kom ik weer enigszins tot mijzelf. Nahijgend overzie ik de wildgroei aan activiteiten, bezoeken, leespauzes en kennismakingsgesprekken. Ik aarzel tussen de Delete-knop en onbarmhartig snoeiwerk. Het gaat me diep van binnen toch een beetje aan het hart. Ook al is het een wangedrocht, het blijft toch een beetje je kind. Met een licht gevoel van weemoed begin ik digitaal te schoffelen tot er een tekst met de lengte van een A4-tje overblijft. Hoe beknopter het eindresultaat, hoe harder gewerkt. Nu maar hopen dat de opdrachtgever er ook zo over denkt.


