Hoewel ik inmiddels gewend ben geraakt aan de toon, overvalt het me soms toch. Ook nu kijk ik een beetje onthutst naar mijn vest. Het is inderdaad wel erg rood, ja. Maar het zit zo lekker. En voor vandaag stonden geen officiële vergaderingen op de agenda, dus ik vond het wel kunnen.
Terwijl ik nog sta te peinzen over wel of niet een fout vest komt hij alweer langs gebeend, nog steeds grommend en kortaf: “Staat je goed, rood”. Even sta ik nog op het verkeerde been voor het langzaam tot me doordringt: hij is aardig; ik krijg een compliment! Onhandig en wel, maar toch onmiskenbaar. Het duurde een paar jaar, maar toch! Yes! Om de hoek is hij al vele meters verder. “Dank je wel”, roep ik hem nog na. Hij kijkt niet om, maar steekt, heel voorzichtig, even zijn hand op.


