Aan het einde van het schooljaar haalt Job de hoogste score voor de Cito-toets. Na de zomervakantie gaat hij naar het gymnasium. Hij is ontzettend benieuwd hoe het daar zal zijn. Maar na drie maanden zit Job ziek thuis. Hij is somber en moe en wil niet meer naar school. Zijn ouders maken zich zorgen. Na een paar gesprekken met de school van Job zorgt de schoolarts voor een verwijzing naar Altrecht Kind, Jeugd & Gezin.
Als Job bij de kinder- en jeugdpsychiater komt, ziet die dat Job vooral moeite heeft met het wegvallen van zijn vertrouwde structuur van de basisschool. Daar zag iedere dag er ongeveer hetzelfde uit. Op het gymnasium moet hij ieder lesuur naar een ander lokaal met een andere leraar. Bovendien zijn er allerlei groepjes: om buiten te lopen tijdens de pauze, om met elkaar naar school te fietsen, om af te spreken na schooltijd. Job valt overal buiten.
Het valt op dat Job een eigenaardig volwassen taalgebruik heeft. Hij is een intelligente jongen, maar hij heeft moeite met sociale contacten: hij heeft de stoornis van Asperger. Dat is een aan autisme verwante stoornis.
Nadat duidelijk is dat Job de stoornis van Asperger heeft, maakt de kinder- en jeugdpsychiater een behandelplan voor Job. Het belangrijkste doel is om Job in het reguliere onderwijs te houden. Voor zijn omgeving – ouders, familie en school - is het belangrijk dat zij zich realiseren dat Job beslist niet gek is, maar gewoon anders. Zijn ouders volgen bij Altrecht een speciaal programma waarin ze leren de eigenschappen van hun zoon te accepteren. Ook in zijn klas wordt verteld dat Job anders is en de leerkrachten leren Job te helpen. En Job volgt een speciaal trainingsprogramma waarbij hij leert dat hij ‘speciaal’ is. Door middel van gesprekken en oefeningen leert hij zichzelf kennen. Ook wordt hij getraind in sociale vaardigheden.
Na een half jaar behandelen gaat het goed met Job op school. Hij verzorgt de lay-out van de schoolkrant. Hij schrijft niet zo goed te begrijpen grapjes, hij heeft een bijzondere humor. Hij blinkt uit in wis- en natuurkunde, maar van Frans snapt hij niks.


